Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proximale afdeeling van den nucleus cuneatus. Maar om dat te kunnen doen, moesten zij, nadat zij Cu en Ci bereikt hadden, tusschen nucleus cuneatus en tractus spinalis in de achterstreng in proximale richting terugloopen.

De secundaire weg, welke als boogvezels uit het meest proximale deel van den nuclus cuneatus ontsprongen is, de ventrale secundaire trigeminusbaan, voerde de kinaesthesie uit de hoogste lialssegmenten omhoog. Ook deze kwam dorsaal op de extremiteiten-hanen in den lemniseus medialis te liggen.

Dan echter volgden de proprio-receptieve impulsen uit de meer proximale trigeminus-afdeelingen (tong, kaken, oogen). Hun impulsen gaan naar den nucleus sensibilis a van den tractus spinalis. De secundaire wogen die daaruit, evenals de anderen, in den vorm van boogvezels zijn ontsprongen, gaan uit van do distale en van de proximale pool van die kern, en vormen de dorsale secundaire trigeminusbaan. De dorsale trigeminusbaan volgde zijn eigen weg, maar voerde naar dezelfde of nauw verwante thalamuskernen. Deze secundaire weg geleidt de kinaesthesie van tong, kaak en oogen. Het is duidelijk, dat achterstrengkernen en nucleus sensibilis a, wier secundaire wegen naar aan elkander grenzende kernen in het diencephalon gaan, ook zeer verwante functies zullen bezitten. Zij zijn de functies hierboven omschreven. De nucleus sensibilis a zendt echter niet alleen zijn vezels aan zijn distale pool — als de proximale nucleus cuneatus geëindigd is — naar boven. Zooals de raphe-splijtingen bewijzen, moet er tusschen zyn distale en proximale pool een stuk zijn, waaruit zeer weinig van zulke dorsale boogvezels ontspringen. Dan echter komt er in het niveau van zijn grootste breedte een nieuwe aanvoer.

Bovendien gedragen de nucleus sensibilis a en de achterstrengkernen zich tegenover thalamus-haarden op geheel gelijksoortige wijze.

In den thalamus eindigen de secundaire wegen zoodanig, dat de meest ventraal geplaatste vezels in den lemniseus medialis een laterale plaats in de stria medullaris ventralis innemen. De ventrale trigeminusbaan plaatst zich in de mediale afdeeling er van, de dorsale trigeminusbaan dorsaal er van in de stria intermedia. Alle echter bereiken de ventrale thalamuskern, al streven de laatstgenoemde vezels ook naar de mediale kern.

Om al deze redenen schijnt mij de stelling bewezen, dat de nucleus sensibilis a tracti spinalis, de proprio-receptieve vezels uit tong, kaken en oogen ontvangt en dat de dorsale secundaire trigeminusbaan zich volkomen aansluit aan de andere secundaire stelsels der kinaesthesie.

Deze baan speelt, naar mijne meening, een groote rol bij bepaalde vormen der z.g. pseudo-bulbaire verlammingen.

Want datgene, wat bij het konijn met behulp van het experiment kan worden vastgesteld, is ongeveer op dezelfde wijze bij den mensch geldig.

Ook bij den mensch kan het bestaan eener secundaire dorsale trigeminusbaan worden aangetoond (Wallenberg).

Eclrter meen ik hier te kunnen volstaan met de demonstratie, dat

Sluiten