Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De intero-receptieve impulsen (pijn- en thermische waarneming) hebben waarschijnlijk nog grooter uitgebreidheid, vooral in de mediale richting. De extero-receptieve impulsen hebben vermoedelijk de allermeest diffuse uitbreiding.

Maar voorbereid is reeds in de peripherie, dat naar de schors slechts die impulsen kunnen doorgaan, welke door de rangschikking der lange wortelvezels uit de verschillende segmenten uitgezocht zijn.

Het onverwachte resultaat door van Valkenburg bij electrische schorsprikkeling gevonden, werd door Sittig, Curt Goldstein en anderen bevestigd, toen zij na kleine haarden in den gyrus centralis posterior gevoelsstoornis in den gekruisten duim gelijktijdig met die in den mondtak van den N. trigeminus vonden.

Dicht naast elkander worden ontvangsstations voor huidvelden van den duim en van het trigeminusgebied op den lateralen gyrus centralis posterior gevonden.

Zelfs vond Curt Goldstein het gevoel in het mond- en lippengebied, duim en groote teen na een kleine liersenverwonding in het onderste parietale gedeelte der gekruiste hersenschors.

Deze resultaten onderstellen inderdaad, dat de naai' boven komende impulsen een selectief segmentale rangschikking vertoonen.

De segmentale rangschikking der schorsvelden binnen de sensumotorische hersenzone, is reeds lang door M u s k e n s verdedigd. Maar de bizondere behandeling van dit vraagstuk kan eerst worden opgevat bij de besprekingvan het prosencephalon.

Waarschijnlijk echter is het, dat een schorsveld voor het stelsel van den N. trigeminus op de laterale afdeeling van den gyrus centralis posterior en op de daaraan grenzende helft van den gyrus parietalis inferior moet worden aangenomen.

De functioneele verscheidenheid der trigeminusvezels is echter zeer groot. Ook in het mediale gebied van de wandkwab, op den gyrus parietalis superior wordt een gebied gevonden, dat op de sensibiliteit van de hand invloed oefenten zelfs is het aan sommigen (Horsley) opgevallen, dat stoornis in de sensibiliteit met de mediale schorsvlakte der wandkwab in verband kan worden gebracht. Mij persoonlijk schijnt het toe, dat het stelsel van den N. trigeminus een omvangrijk schorsveld bezit, met enkele bevoorrechte plekken op het laterale en op het mediale eind van de parietale schors. Die bespreking wordt echter bij het prosencephalon weer opgevat.

Ditzelfde geldt voor den oorsprong der lange centrifugale projectiebaan, voor de motorische trigeminusafdeeling en ook voor den weg, dien zij inslaat. Eerst later zal zij, beschouwd in verband met andere soortgelijke wegen, gemakkelijker te begrijpen zijn.

Eindelijk is hier de plaats nog niet om de secundaire verbindingen der tractuskernen met het cerebellum uit te werken.

Sluiten