Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brana otolithica maculae sacculi. Dit stelsel is min of meer gescheiden van het samenhangende stelsel van utriculus en booggangen.

Elke stoot tegen de draden van dit stelsel wordt via den grondplexus langs den ramus saccularis geleid naar de distale afdeeling van het bovengenoemde spinale ganglion. Ook het ganglion plexiforrne S c a r p a e (dislalis) bestaat uit bipolaire cellen. Zij zenden echter hun centripetale vezels niet in den N. vestibularis, maar in den N. cochlearis (zie ook fig. 254). Dit is een bewijs te meer er voor, dat zich de twee stelsels in relatieve onafhankelijkheid van elkander verheugen.

De maculae utriculi der twee. lichaamshelften liggen ongeveer in een horizontaal vlak en dit staat ongeveer loodrecht op het vlak der maculae sacculi (Breuer voor den snoek).

Nauwkeuriger bepalingen van de plaatsing der zintuigsvlekken zijn bij het konijn door de Burlet, de Kleyn en Koster uit de school van Magnus verricht. Zij leeren, dat de beide otolithenmembranen van den utriculus met elkander een naar boven open boek van 174° maken in de mediale schedelvlakte en dat hun snijlijn in dit vlak met de middellijn der schedelbasis een hoek van 39° naar voren maakt.

De otolithenmembranen der maculae sacculi vormen met elkander een hoek van 47° die naar voren (onder) open is en hun snijlijn helt 35° op de middellijn der schedelbasis.

De hoek, welke de beide otolithenmembranen van utriculus en sacculus niet elkander maken is door hun metingen op 107° bepaald. In samenhang met de instellingsrefiexen, welke van het labyrinth uitgaan en in de school van Magnus nauwkeurig worden bestudeerd, heeft de nauwkeurige bepaling van de onderlinge plaatsing der eindorganen een groote beteekenis.

6. Het orgaan van Corti.

Naast het bovenbeschreven complex van eindorganen in sacculus, utriculus en booggangen staat echter het veel meer gecompliceerde eindorgaan, dat in den ductus cochlearis wordt gevonden en dat eerst sedert Corti's baanbrekend werk aan een meer nauwkeurig onderzoek is onderworpen.

Wij hebben gezien, dat de ductus cochlearis als een wig tusschen de scala vestibuli en de scala tympani der cochlea is geplaatst en als een blinden zak eindigt, zoowel in het helicotrema cochleae als in het vestibulum, waar hij bovendien door den nauwen ductus reuniens met den sacculus samenhangt.

Ook de ductus cochlearis is een deel van het gehoorszakje, en doet zich voor als een gewonden buis, die een wandbekleeding draagt van cylinder-epitheliën, welke op verschillende plaatsen zeer groote veranderingen hebben ondergaan.

Die buis heeft op doorsnede een driehoekigen vorm en zet zich aan de lamina spiralis ossea op bizondere wijze vast (fig. 250). Men onderscheidt

Sluiten