Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tegenoverliggende gelijknamige kern en vormen een commissuurstelsel tusschen beiden. Volgens Cajal gaan zij over in den mergmantel der nuclei olivares superiores. Naar mijne meening hebben beide onderzoekers gelijk.

De beide kernen zijn door een commissuur verbonden en voorzien tevens den mergmantel der olijfkernen. De cellen worden allen kleiner na labyrinth-exstirpatie. Enkelen vallen uit na wegneming van den colliculus posterior, maar de meesten worden daardoor niet gedeerd. Noch doorsnijding van de medulla oblongata, noch de exstirpatie van groote of kleine hersenen beïnvloedt de kern. In het uiterst zeldzame geval, dat alle cellen uit de nuclei olivares superiores (zie straks) zijn verdwenen, blijven die van den nucleus trapezoides mediales bestaan.

In deze gedachtengang is dus de kern, deels een primaire octavuskern, deels ontvangt zij vezels uit de ventrale octavus-kern, en zij staat als een voorkern op den mantel van de bovenste olijfkernen voorziet deze kernen zelf van vezels en vormt een commissuur met haar naamgenoot.

b. De nuclei trapezoides lateralis zijn twee in aantal. Cajal noemt hen nuclei praeolivares, een naam, die eer door de mediale trapezoiedkern verdiend wordt. Hun cellen doen zich in het N i s s 1-praeparaat geheel anders voor dan die der mediale kern. Zij hebben den vorm van pyramiden, gelijken op die der olijfkernen. Zij worden niet door kelken omvat en wortelvezels eindigen daarin niet. Cajal's nucleus praeolivares internus ligt mediaal en bezit kleiner cellen dan de nucleus praeolivaris externus, die tot aan de voorbijstrijkende wortelvezels van den N. facialis reikt (fig. 292).

De wegneming der laterale octavuskernen of van den colliculus posterior heeft op deze kernen slechts een geringen invloed. Zij worden iets kleiner. Volstrekt zonder invloed op die kernen blijft de halfzijdige doorsnijding der medulla oblongata, of de wegneming van groote of kleine hersenen. Evenals Cajal beschouw ik deze kernen als een deel der kernen van de oliva superior (zie fig. 292).

c. De nuclei olivares superiores zijn eveneens twee in getal.

De nucleus olivaris superior ligt lateraal en is de grootste van beiden. De nucleus para-olivaris superior ligt mediaal (fig. 292). Te zamen worden zij door een mergmantel omsloten (fig. 268, fig. 292). Van daaruit dringen vezelstrengen als spaken in de handvormige grijze stof, waaruit de kern bestaat. Rondom die spaken is de band gewonden en hij ontvangt in sierlijke boogvormige lijnen, de vezels, wier fibrillen in groote penseelvormige pluimen eindarborisaties vormen.

Tusschen die pluimen liggen de cellen, groote veelhoekige of pyramidevormige cellen (fig. 292), wier axonen meerendeels naar het tegmentum gaan. Een deel der axonen overschrijdt de middellijn en draagt bij tot de vorming van een krachtig commissuurstelsel, dat de beide kernen in de dorsale étages van het corpus trapezoides verbindt. Een ander deel der axonen gaat in de richting van den fasciculus longitudinalis posterior

Sluiten