Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze baan vindt men bij den mensch in de dorsale afdeeling van den lemniscus medialis. Zij is samengesteld uit bundeltjes van scheef getroffen, betrekkelijk dunne, te dezer plaatse nog weinig dicht opeen gelegen vezels.

De laterale uitlooper van den nucleus reticulatus scheidt haar af van de andere vezels in den lemniscus medialis.

Daarin hebben wij de baan (Deel I, p. 320) voor de proprio-receptieve impulsen der extremiteiten voor ons. Zij wordt gevormd door een reeks bundeltjes, die mediaalwaarts nog geïsoleerd zijn, maar lateraal zich steeds dichter aaneenvoegen tot zij in het massieve vezelveld overgaan. Die bundels zijn veel dichter met vezels gevuld als die van de secundaire trigeminusbaan.

Reeds meermalen werd gezegd, dat al deze vezels verdwijnen na thalamushaarden of na spleten in de medulla oblongata, die de boogvezels onderbreken en dat zij daarom in tegenstelling komen met de massieve laag vezels, die in fig. 300 met den naam lemniscus centralis zijn aangegeven (1. centr. fig. 300). De lemniscus centralis blijft in beide gevallen onveranderd. Een uitzondering hierop maken een bepaalde groep bundeltjes van zenuwvezels. Zij liggen langs den ventralen rand van den centralen lemniscus, bestaan uit uiterste fijne zenuwvezels, die zich in het Weiger t-praeparaat (zie ook fig. 300) lichter kleuren dan de overige bundeltjes.

In het karmijnpraeparaat spreken zij nog scherper, omdat zij zeer intensief de roode kleurstof aannemen. Deze bundeltjes van zeer fijne vezels, die door L.uchtmans „nevelvlekken" werden genoemd, verdwijnen zonder eenig spoor na te laten bij groote haarden, die den thalamus en de achterste afdeeling der capsula interna vernielen. Naar ik meen zijn zij bestemd voor de innervatie van den nucleus reticularis pontis. Zij zijn de uitvoerende wegen, die het hooger centrale zenuwstelsel met die kern verbinden. Want de nucleus reticularis ondergaat bij alle haarden, die door axipetale atrophie van de vezels van den lemniscus gevolgd worden, zeer intensieve veranderingen. Vooreerst gaan dan de grijze reticula, waaraan zij haar naam ontleent, te gronde. Van hen gaan, naar mijne meening, de vezels der nevelvlekken over. Maar bovendien gaan, in zulke gevallen, ook een groot aantal cellen daarin te gronde.

Behalve uit deze licht gekleurde veldjes wordt de centrale lemniscus uit korte stelsels opgebouwd, die ongedeerd blijven, zoowel bij hoog gelegen thalamushaarden, als bij verwoestingen in de medulla oblongata. Van hun beteekenis weten wij nog weinig. Ik meen, dat zij deels uit trigeminus en octavuskernen, deels uit den nucleus reticularis afkomstig zijn. Het ligt voor de hand om hen te vergelijken met de korte stelsels, die ons reeds hebben bezig gehouden, bij de bespreking van het ruggemerg. Toen hebben wij er, in navolging van Ziehen, op gewezen, dat die stelsels een rol kunnen spelen bij de omhooggeleiding van tast-impulsen.

Sluiten