Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt men als eigen bundel ervan den fasciculus retroflexus of den bundel van Meynert, die van het ganglion habenulae naar het ganglion interpedunculare gaat. Hem treft men in alle sneden, die door het corpus quadrigeminum anticum gaan.

Voorts loopen door het tegmentum mesencephali al de lange verbindingsstelsels naar de hemisphaer, welke wij in het tegmentum der medulla. oblongata en van den pons Varoli hebben ontmoet, voort naar hun verdere bestemming. Andere bundels, zooals bijv. de beide lengtebundels, de fasciculus longitudinalis posterior en den fasciculus praedorsalis eindigen er ot wil men liever, beginnen er.

Kenmerkend voor de sneden door het mesencephalon is evenwel de aanwezigheid van de kruising der beide bovenste kleine hersen-stelen, dei brachia conjunctiva cerebelli, die als de commissuur van Wernekinck is bekend.

Zoodra de cerebellaire bindartn loskomt uit het merg der kleine hersenen, neemt hij plaats in den dorso-lateralen hoek van het tegmentum. Op dwarse doorsnede vormen zijn vezels een in den lateralen ventrikelwand gelegen, in de substantia grisea centralis uitpuilend, halvemaanvormig veld (fig. 205, 302, 303 bij den mensch, fig. 280 A, 282 B, 286 C bij het konijn).

Op zijn dorso-laterale vlakte vindt men den tractus uncinatus en den tractus spino-cerebellaris ventralis, die er zich omheen slaan en slechts tijdelijk den bindarm vergezellen.

Ventro-mediaal er van vindt men, als een wig tusschen bindarm en de kernen van den N. trigeminus ingevoegd, de nucleus medio-vemtralis brachii conjunctivi (fig. 205). De basis der wig wordt door den inesencephalen trigeminuswortel van de substantia grisea centralis afgegrensd. Wij wezen er op dat deze kern niets met den oorsprong van den N. V heeft uit te staan.

Naarmate men dwarssneden door de Varolsbrug in proximale richting volgt (fig. 205, fig. 206) ziet men dat de lemniscus lateralis geleidelijk om de laterale oppervlakte van den bindarm heen grijpt, terwijl de bindarm geleidelijk ventraalwaarts schuift. De laterale ventrikelwand wordt dan door lemniscus en bindarm gevormd.

Vervolgens slaan de vezels van den bindarm de mediale richting in en kruisen zich in de middellijn. Het meest distaal gaan de ventrale vezels over, vervolgens alle overige vezels.

Dan is echter tevens het mesencephalon bereikt, want de achterste heuvel plaatst zich dorsaal op het door lemniscus lateralis en bindarm gevormde tegmentumdeel. Deze beide bundels blijven echter gescheiden door een aanvankelijk smalle laag grijze stof, die naarmate de bindarm meer ventraal komt te liggen, ook de gedaante van een wig krijgt, wier basis tegen de substantia grisea centralis eveneens door den mesencephalen trigeminuswortel wordt afgesloten. Die grijze massa is de nucleus dorso-lateralis brachii conjunctivi cerebelli.

De bindarm wordt dus tot zoover door twee kernen begeleid.

Sluiten