Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geteekend door de corpora geniculata en de retro-lenticulaire vezelmassa bij een kind, van ruim 3 maanden oud.

Daai hebben de mergkegels van bepaalde parietale windingen, vooral van den gyrus centralis posterior reeds een grooten rijkdom aan gemyeliniseerde centripetaal loopende vezels, in verband met het feit, dat de straling uit de ventro-laterale thalamus-kernen flink merghoudend is.

De optische, de geniculo-occipitale straling is eveneens met merg bekleed en zet zich in het stratum sagittale externum voort (in fig. 34 werd zij in deel I afgebeeld en beschreven).

Ook de vezels der straling naar de slaapkwab zijn, in minder sterke mate in het bezit van mergbekleeding. Volgt men in fig. 330 de stralingen uit de corpora geniculata, dan vallen een aantal bizonderheden op.

le. De beide geniculo-occipitale stralingen hebben merg. Men kan hen door het veld van Wernicke heen direct zien overgaan in het stratum sagittale externum.

2e. Ook in den pedunculus corporis geniculati medialis zijn de vezelbundels met merg bekleed. Men kan vaststellen, dat hij in twee bundels uiteenvalt.

Vooreerst gaat een bundel in laterale richting naar de retro-lenticulaire vezelmassa. Daar ligt hij dorsaal van den geniculo-occipitalen bundel, en wendt zich in deze snede lateraal, naar de scheeve windingen van Heschl, die in de diepte der fissura Sylvii verborgen zijn, dus naar de slaapkwab.

In de tweede plaats splitst zich daarvan een bundel af, welke, in deze snede, de dorsale richting inslaat en lateraal van de straling uit de ventrale thalamuskern komt te liggen. De bundel is hier afgesneden, maar men kan hem naar den lobus parietalis inferior en den gyrus supra-marginalis volgen.

Is de hier gevonden temporale straling, de acustische straling, dan ligt het voor de hand, om aan de straling naar de parietale windingen, de beteekenis te geven van een tertiaire straling uit het otolithen-orgaan. Deze echter komt eerst in de schors, nadat in het mesencephalon en in het corpus geniculatum mediale, innige verbindingen met proprio-receptieve verbindingen zijn aangegaan.

oL. Het is stellig niet toevallig, dat de radiatio optica door een krachtige arterie in tweeën wordt gedeeld, waardoor het optisch aandeel, van het octavus-aandeel in dezen bundel wordt afgescheiden. Evenmin schijnt het mij toevallig, dat de pedunculus corporis geniculati medialis aan weerskanten door arteries wordt begrensd.

4°. Bovendien leert ons fig. 330, dat de vezels in den hersensteel nog slechts weinig merghoudende vezels bezitten (fig. 330 p. ped.). Slechts de latere pyramidevezels (py) hebben reeds in matigen graad mergbekleeding gekregen. Noch de laterale (tr. t. p.) noch de mediale (tr. f. p.) afdeeling van den pes pedunculi zijn met myelinisatie begonnen.

Sluiten