Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven tot Marehi-degeneratie in het brachium conjunctivum of in het corpus restiforme. Want tusschen schors en bindarmen staan de cerebellaire kernen. Blijven zij door het experiment gespaard, dan blijft elke M a r c h i -degeneratie in den bindarm uit.

De cerebellaire kernen zijn zelfstandige organen, zoo leert het experiment en de klinische ervaring, geput uit de kennis der verschillende vormen van cerebellum-atrophie, steunt, zooals later zal worden uiteengezet, die meening.

De groote cerebello-fugale weg, die hier besproken wordt, de bovenste kleine hersensteel, het brachium conjunctivum cerebelli of bindarm is ten opzichte van de kleine hersenschors, een indirecte baan. De cellen van Purkinje zenden hun axonen naar den mantel rondom den nucleus dentatus en de vezels van den bindarm ontspringen uit die kern.

Maar zooals vroeger, zie schema 320, werd uiteengezet, ontvangen de cerebellaire kernen vele centripetale vezels langs de fibrae perforantes corporis juxta-restiformis vooral uit den nucleus triangularis Octavus-impulsen naar den nucleus triangularis zijn evenwel allereerst van de booggang-zintuigen af te leiden.

De nucleus dentatus kan dus naar den bindarm de vezels uitgeven, die datgene voortleiden, wat die kern als proprio-receptieve impulsen en intero-receptieve impulsen nadat zij de kleine hersenschors zijn gepasseerd, heeft ontvangen, en tevens, datgene wat zij als booggangimpulsen door middel der fibrae perforantes verkreeg.

Dit complex kan dan of via roode kern en tractus rubro-spinalis direct het ruggemerg bereiken, of wel het gaat verder (en dit is bij menschen in hoofdzaak het geval) 't zij direct naar den thalamus, 't zij door de roode kern, onder meer naar de voorhoofdswindingen.

Op die wijze ontvangt dus de hersenschors geen enkele vezel, direct uit primaire octavus-kernen. Dit geschiedt eerst nadat zij door cerebellum, mesencephalon of thalamencephalon zijn verwerkt.

Wanneer er dus gesproken wordt van centripetale sensorische projecties3rstemen naar de schors der hersenen, dan zal men daarmee slechts zelden kunnen bedoelen, dat daarlangs de impulsen uit slechts één zintuig worden vervoerd. Als zij bestaan, zijn zulke mono-sensorische systemen gering in aantal.

Wel is er eenige waarschijnlijkheid, dat retina-impulsen langs het corpus geniculaturn laterale over de radiatio geniculo-occipitalis naar het schorsveld rond de fissura calcarina gaan, dat cochlea-impulsen uit het tuberculum acusticum langs het corpus geniculaturn mediale over de radiatio geniculotemporalis het schorsveld der scheeve slaapwindingen bereiken, dat proprioreceptieve impulsen uit achterstrengkernen langs de latero-ventrale thalamuskernen over het voorste deel der thalamo-parietale straling in den gyrus centralis posterior te land komen. Flechsig's schitterende onderzoekingen hebben vastgesteld, dat de mergomhulling in het telencephalon na de geboorte systeemsgewijze plaats vindt. Sedert twijfelt niemand eraan, dat onmid-

Sluiten