Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

Het derde deel van dit boek draagt, tot mijn leedwezen, de kenmerken van de eigenaardige wijze, waarop het is ontstaan.

De behandeling der vier hoogste motorische hersenzenuwen, gegeven in het negende en tiende hoofdstuk van dit deel, was, toen in 1917 het eerste deel de pers verliet, voltooid.

Beide hoofdstukken lagen drukklaar, maar waren, meer dan 10 jaren geleden, ontworpen.

Ook de algemeene opzet over het verbindend zenuwstelsel, wat thans het elfde hoofdstuk is geworden, was toen in hoofdlijnen gereed en met de behandeling van het cerebellum, het twaalfde hoofdstuk van deel III, was een begin gemaakt.

De nieuwe bewerking van het zenuwstelsel van den N. octavus in het achtste hoofdstuk van het tweede deel bracht echter vertraging met zich, zoodat dit deel eerst in 1920 verscheen.

Mocht ik toen de alleszins gerechtvaardige hoop koesteren het derde deel snel te kunnen laten volgen, zij werd door verschillende omstandigheden verijdeld.

Spoedig bleek, dat een omwerking van het negende en tiende hoofdstuk noodig was, omdat sedert zij geschreven waren, het begrip omtrent een aantal der daarin behandelde onderwerpen, naar mijn meening, gewijzigd was. In nog sterker mate werd omwerking van het elfde hoofdstuk noodzakelijk en het twaalfde hoofdstuk eischte meer, ook experimenteel werk, dan ik mij had voorgesteld. Toch zou het derde deel in enkele jaren voltooid zijn geworden, ware niet de bezuiniging gekomen.

Zij bracht een groot aantal omslachtige maatregelen met zich, door welke de ambtsbezigheden van den hoogleeraar-directeur eener kliniek dermate werden verzwaard, dat tijd voor rustigen vrijen arbeid uitermate zelden en slechts met groote moeite gevonden kon worden.

Aldus gebeurde het, dat er tusschen de verschijning van het tweede en derde deel een tijdperk van 6 jaren ligt.

Dientengevolge moesten telkens nieuwe toevoegingen worden aangebracht en de onrust, verbonden aan telkens hernieuwde onderbreking van reeds begonnen werk, doet zich in dit boek meer gevoelen dan mij lief is.

Eerst na mijn emeritaat kon ik dit deel voor de pers gereed maken.

Thans koester ik de rechtmatige verwachting, dat een veel korter periode tusschen de verschijning van dit deel en van het vierde, laatste deel, verloopen zal.

Een groot aantal der teekeningen in het derde deel is afkomstig van de

Sluiten