Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer van zulke levend geboren monstra het distale brugge-einde wordt onderzocht, dan kan men vaststellen, dat inderdaad de nucleus N. facialis meer dorsaal ligt dan bij het normale foetus.

Als voorbeeld hiervan is in fig. 341 afgebeeld, een doorsnede door het distale einde van de Varols-brug eener encephalocele posterior, die door Dr. van den Hoven van Genderen is beschreven.

Men ziet hier den uittredenden facialis-wortel zoodanig getroffen, dat hij

341.

Doorsnede door liet gebied van den oorsprong der NN. facialis en abducens bij een voldragen encephalocele posterior, bij welke de pyramiden niet zijn aangelegd.

met zijn knie samenhangt. De facialis-kern is klein. Vergelijkt men haar plaatsing met die bij een normaal foetus, dat in fig. 340 is afgebeeld, clan moet men toegeven, dat haar plaatsing een dorsale en laterale is geworden.

Door G. V o g t is dit feit, dat inderdaad bij zulke monstra meermalen wordt waargenomen, als een bevestiging der neurobiotaxis-leer gebruikt.

Omdat de cortico-spinale banen niet in den hersenstam uitgroeien, zal de facialis-kern haar invloed niet ondervinden. De ventrale verplaatsing komt dus niet ten volle tot stand. De trigeminus en de smaakkern hebben hun invloed doen gelden en hebben de facialis-kern in meer dorsale plaatsing vastgehouden.

Sluiten