Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanwezigheid van deze vezels, die met de pyramide mee kunnen degenereeren, is de oorzaak, dat men somwijlen (als ook het operculum frontale vernield is) op de geatrophieerde pyramide, ook een geatrophieerd lemniscusveld vindt van driehoekigen vorm. Dit is in fig. 347 afgebeeld. Het reikt hier (fibr. ab. dist. der zieke zijde) met zijn dorsalen punt vrij ver in het gebied van den lemniscus. Aan de gezonde zijde, waar een vrij machtige nucleus arcuatus bestaat, herkent men dit veldje eveneens.

Echter staat het vast, dat de atrophie van dit veld afhangt van die der beide lemniscus-steelen. De fibrae aberrantes pédunculo-protubérantielles loopen in hetzelfde veld met de fibrae bulbo-protubérantielles. Van den hersensteel uit is er dus groote uitwisseling van vezels, die of door den pes superficialis of door den pes profundus in den lemniscus gaan, en deels daarin blijven, deels terugkeeren in de pyramide en wel in het dorsale driehoekige veld er van. Maar ook kunnen vezels uit den hoofdweg, aan het distale ponseinde, naar den lemniscus gaan, zich daar aansluiten aan de vorige en toch weer de pyramide bereiken.

Daarmee is geenszins het terrein der verdwaalde bundels in het pontine gebied afgesloten. Zoo heeft bijv. E 11 i o t S m i t h den pes superficialis aan de oppervlakte zien blijven tot midden in de Varolsbrug, om dan terug te buigen naar de mediale zijde van den lemniscus, of ook weer onderweg telkens bundels af te geven, die dwars door de pars ventralis heen zich naar den lemniscus begeven (fibres aberrantes intermédiaires van J u m e n t i é). Men kan de plaats welke de vezels in de pars lemnisci medullae oblongatae innemen, altijd het best zien als men de cortico-fugale vezels in den lemniscus isoleert, door de centripetale vezels te vernielen, zooals dit bij spleetvorming in de medulla oblongata geschiedt.

In fig. 348 A—C, die dus de voortzetting vormt der serie, welke in fig. 342 A—D is afgebeeld, bewijst fig. 348 C dat door de spleet (bij x), alle rechter boogvezels, die de decussatio lemnisci opbouwen, verdwenen zijn. Tusschen de pyramide en den voorstreng-grondbundel is er dus geen enkele centripetale lemniscus-vezel aan de linkerzijde te vinden. Zij ontbreken daar zoo goed als in fig. 342 A.

De dwarsgetroffen vezels in het driehoekige veldje, dorsaal in de linker pyramide (fibr. ab. dist.), zijn dus de gezamenlijke cortico-fugale vezels, die in den lemniscus zijn verdwaald, hetzij als pes profundus, als pes superficialis lemnisci, of als bulbo-pontine vezels. Dit veldje is identiek aan het veldje dat in fig. 347 tot atrophie was gebracht.

In fig. 348 B, iets meer proximaal vallend, ziet men die intacte vezels zich door de ventrale afdeeling van het stratum interolivare verspreiden tusschen de centripetale lemniscus-vezels.

In fig. 348 A ziet men diezelfde vezels op den overgang der medulla oblongata in de Varolsburg. Daar constateert men tevens een vezelovergang van lemniscus in pyramide, de bulbo-protuberantieele vezels, hetzij dan dat men zich wil voorstellen, dat hier een gedeelte uit den lemniscus in de pyramide

Sluiten