Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apen) vindt men die kern, in thionine-praeparaten soms wel en soms niet, bij weer andere dieren (katten) en menschen vindt men de kern wel regelmatig maar zeer verschillend in omvang.

c. Noch bij doorsnijding van den N. oculomotorius vlak bij zijn uittreding uit den steel, noch bij exstirpatie van het ganglion ciliare gaan (bij de kat, waar de kern nooit gemist wordt) cellen te gronde in den nucleus W e s tp h a 1-E d i n g e r.

Deze argumenten zijn krachtig genoeg om tegenover de ervaringen van Bernheimer te worden gesteld. Wel heeft Brouwer beproefd om de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r als oorsprongskern voor den sphincter iridis en accommodatie-spier te redden. Het argument, dat bij doorsnijding van den stam der zenuw of bij wegneming van het ciliaire ganglion geen degeneratie-producten in de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r worden aangetroffen, is echter zeer sterk. Het kan niet ontzenuwd worden door het opstellen der hypothese, dat de retrograde cel-degeneratie na vernieling van praeganglionnaire sympathicus-vezels. langzamer of in 't geheel niet tot stand zou komen en dus de gevolgen harer doorsnijding onvergelijkbaar zou zijn met die van somatische vezels. Die hypothese is, voor zoover mijn ervaring in sympathicus-degeneratie gaat, onjuist. Er worden na exstirpatie van het ganglion ciliaire, wel gedegenereerde sympathicus-cellen gevonden, maar niet in de kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r. In de cellen van den mesencephalen trigeminus-wortel komen zij gelijkzijdig in groot aantal, contra-lateraal in enkele cellen voor.

\\ il men zich, zooals Brouwer doet, in de kliniek verschansen, dan dient opgemerkt te worden, dat er zeer vele gevallen bekend zijn, waarin volledige of partiëele verlamming van oogspieren met maximaal verwijde niet reageerende pupil, gepaard ging met min of meer volledige degeneratie der zenuw, volledig of onvolledig verlies der cellen in de hoofdkern, maar met intacte kernen van W e s t p h a 1-E d i n g e r. Alleen Cassirer en Schiff beschreven er vier. Ook hier moet Brouwer zich met zijn hypothese over het verschil der retrograde degeneratie voor sympathische en cerebro-spinale cellen redden. Daarentegen komt bij het doorzien der experimenteele series en der literatuur bij mij telkens de overweging naar boven, dat nog niet vaststaat of de N. oculomotorius onmiddellijk bij het verlaten van den hersensteel wel sympathische vezels bevat. Het is niet onmogelijk, dat deze vezels hem eerst worden toegevoerd nadat hij is uitgetreden.

Ook weegt het argument niet zwaar, dat in de literatuur geen gevallen bekend zijn van volkomen verwoesting der kern van Westphal-Eding e r met behoud van pupil-reactie, ofschoon er wel gevallen voorkomen waar pupil-reactie bleef voortbestaan bij gedeeltelijke verwoesting dezer kern. In verband met den grooten omvang der kern in het menschelijk zenuwstelsel, maakt de bloedvaatverdeeling in den hersensteel het voorkomen eener volkomen verwoesting onwaarschijnlijk. Als dit ten gevolge van vaatverandering

Sluiten