Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is accommodatie en pupil-vernauwing. Aan te nemen, dat een cortico-fugale innervatie voor de accommodatie alleen zou bestaan, is bezwaarlijk. Willekeurige accommodatie zonder convergentie is niet wel mogelijk en bovendien is de cortico-fugale innervatie voor alle oogspier-synergieën eigenlijk op den achtergrond gekomen, als men haar met andere subcorticale innervaties vergelijkt.

De machtige ontwikkeling van het stelsel, dat aan de substantia grisea centralis in deze streek wordt toegevoerd uit bindarm, roode kern en mesencephalon en dat vooral in het proximale einde de in de mediane lijn geplaatste celgroepen met fibrae rectae voorziet, bewijst, hoe omvangrijk de subcorticale centrale innervaties zijn.

De kern van W e s t p h a 1-E d i n g e r, midden tusschen fibrae rectae gelegen en door hen omsponnen, vormt met het proximo-mediale einde der kern van P e r 1 i a het omvangrijke tusschenstation, waarop machtige subcorticale innervaties aangrijpen en in geringe mate langs den weg van Déj érine's stelsel ook corticale.

Aldus komt de kern van Westphal-Edinger wel in aanmerking voor de aan convergentie gebonden accommodatie en pupil-vernauwing, niet omdat zij een kern voor sympathische wortel vezels zou zijn, maar omdat zij een hoofdrol speelt in het schakel-apparaat voor convergentie, accommodatie, pupil-vernauwing.

c. de synergie voor de beweging naar boven sluit niet onmiddellijk aan de synergie der oogbewegingen naar beneden (zonder convergentie), ook niet aan die der convergentie. Zij is nauw verwant aan

d. de synergie voor het sluiten en openen der oogen.

Het is zeer moeilijk zich een voorstelling te maken van de coiticale innervatie bij het openen en sluiten der oogen. Het is een dubbelzijdige synergie van gelijknamige spieren, waarin echter de werking van den agonist gepaard gaat met de verslapping van den antagonist. Bij het sluiten trekken de ooglid-spieren samen en verslapt de m. levator palpebrae, bij het openen trekt de m. levator palpebrae samen en verslappen de m. palpebrales. Het feit, dat bij de dubbelzijdige ptosis de oogen gewoonlijk niet gesloten kunnen worden, ofschoon er geen wortelvezels uit de oculomotorius-kern in den N. facialis overgaan, staat vast. Evenzoo het feit, dat de lijder aan een perifere verlamming van den N. facialis, de oogen wel kan open doen, ofschoon hij een te wijde oogspleet, lagophthalmos heeft. Dit alles werd reeds besproken.

Daaruit mag echter het vermoeden worden afgeleid, dat de innervatie, die den nucleus N. III met den nucleus N. VII doet samenwerken, over de eerstgenoemde kern heen werkt en niet omgekeerd.

Daarvoor pleit ook, dat kern-verlammingen van den N. facialis zelden, zoo al ooit, worden waargenomen zonder het verschijnsel van Bell. In de synergie van de sluiting der oogen komt dus nog iets meer tot uiting, dan een kramp der lidsluiters en de ontspanning van den m. levator palpebrae. De beweging van het oog naar boven behoort er bij.

Dit feit is niet zonder beteekenis.

Sluiten