Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan schijnt het cerebellum een parig orgaan. Men onderscheidt er een middenstuk, worm of vermis cerebelli en laterale gedeelten', halfronden of hemisphaerae cerebelli. Men nam vervolgens de mogelijkheid aan, dat dit parig orgaan in een aantal achter elkander gelegen, secundaire, parige organen, ieder met een worm- en een hemispheer-gedeelte, gesplitst zou kunnen worden.

Die bovenvlakte vergeleek men dan gewoonlijk met het dak van een huis. De middenrichel, de worm, zet zich voort in ventraal en lateraal zachtglooiend afdalende zijwanden in de hemispheren. Richel en zijwand, worm en hemispheer, liggen niet overal in hetzelfde niveau. Beide zijn echter door een groot aantal, ten deele zeer diepe sleuven in de lamellen-dragende platen verdeeld, die grootendeels transversaal en evenwijdig loopen.

De in voor-achterwaartsche richting afgeronde randen der hemispheren evenwel, reiken oraal en caudaal veel verder dan de worm. Zij moeten zich dus naar elkander terugbuigen, zoover zelfs dat de orale en caudale rand der hemispheren aan de ondervlakte van het cerebellum (fig. 384) weer tegen elkander aankomen (begin van den sulcus horizontalis magnus, fig. 384 s. h.).

Door dat ombuigen wordt oraal de incisura semilunaris gevormd (fig. 382 ine. sem.), waarin het mesencephalon is gebed. Dit vormt, steil in dorso-ventrale richting neerdalend, een proximalen steun voor het cerebellum.

Caudaal vindt men de incisura posterior, op soortgelijke wijze gevormd. Daar buigt de dorsale worm naar de onder-(ventrale-) vlakte van het cerebellum en gaat in den ventralen worm over (fig. 382 ine. p.). Niet ver verwijderd en caudaal van de plaats, waar de incisura semilunaris begint, ligt het hoogste punt van den dorsalen worm, boven het niveau der hemispheren. Daarom vergelijkt men deze afdeeling van den worm met een berg, noemt haar den monticulus, die in dat hoogste punt zijn top, het culmen bereikt en dan in caudale richting, langzaam glooiend naar beneden afhelt. Dit stuk van den berg heet de helling of de declive. Zij loopt tot ver beneden het niveau der hemispheren door.

Om nu een scherpe afscheiding te kunnen verkrijgen tusschen de dorsale helft en de ventrale helft van den worm, heeft de oudere anatomie gebruik gemaakt van een, bij menschen, diepe groeve, die aan de ondervlakte van het cerebellum begint als de grenssleuf tusschen de elkander naderende orale en caudale hemispheren-randen. Het scheen alsof deze groeve in de hemispheren insneed en dan tot aan den worm te volgen was.

Deze groeve heeft den naam gekregen van sulcus horizontalis magnus. Men gaf er zich echter geen rekenschap van, dat deze insnijding bij andere zoogdieren volstrekt niet als een groeve in de kleine hersenen zichtbaar is. Zij kon dus op ontwikkelings-geschiedkundige gronden geen aanspraak maken op den naam van een primaire sleuf. Maar men bleef haar beschouwen als uitgangspunt eener beschrijving van het menschelijk cerebellum. Men nam dus aan, dat het door deze sleuf in een dorsale en in een ventrale helft werd gedeeld. Met dit uitgangspunt voor de beschrijving scheen het mogelijk,

Sluiten