Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de bovenvlakte der kleine-hersenen uit aan den ingang der incisura semilunaris waarnemen (fig. 382 Ce.).

Het derde vrij groote lobje, dat men op de sagittale cerebellum-doorsnede ziet, valt in zijn hoogste punt samen met den top van den straks reeds genoemden monticulus en heet daarna in zijn geheel, culmen of lobulus culminatus (fig. 383 Culm.). Een diepe groeve, die tot op het corpus medullare cerebelli insnijdt, begrenst dit lobje caudaal. Die groeve zet zich ook op de hemispheren als een diepe insnijding voort en draagt er den naam van sulcus superior anterior. Deze groeve is, zooals ontwikkelings-geschiedenis en vergelijkende anatomie hebben geleerd, een constante groeve. Zij ontstaat als de allereerste groeve in het nog niet gegroefde cerebellum en wordt in het cerebellum van alle zoogdieren gevonden. In later jaren pleegt men die groeve, die op worm en hemispheer gelijkelijk diep insnijdt, sulcus primus of sulcus primarius te noemen.

De cerebellum-afdeeling, tusschen sulcus postcentralis en sulcus primus gelegen, die op den worm culmen werd genoemd, is op de hemispheer een vrij groote vierkante lob, die daar den naam draagt van lobulus quadratus anterior of lobulus lunatus anterior (fig. 382 1. quadr. ant.). Op de bovenvlakte ziet men hem als een lang trapezium, dat op de ondervlakte afgerond langs het brachium pontis eindigt.

Verder caudaal-waarts de sagittale cerebellum-doorsnede volgend, (fig. 383 Dec.) ziet men de declive. Het wordt hier steeds moeilijker, reeds op den worm, om met stelligheid een diepe groeve aan te wijzen, welke dit lobje caudaal-waarts begrenst. Nog moeilijker om op de hemispheer een groeve aan te wijzen, die evenals de sulcus primus, gelijkmatig diep op worm en hemispheer aanwezig is. Men redt zich uit die moeilijkheid door de onderstelling, dat op de hemispheer de bodem der verschillende sagittale groeven, die tusschen sulcus primus en sulcus horizontalis magnus worden aangetroffen, zich regelmatig zou voortzetten in den bodem van de groeven, die men in de declive vindt, ofschoon niemand dat kon vaststellen. Men vond bijv. een diepe groeve als sulcus superior posterior op de hemispheer. De tusschen de twee sulci superiores begrensde cerebellum-lob heet de lobulus quadratus posterior of lobulus lunatus posterior. Van de bovenvlakte nemen de beide lobuli quadrati (fig. 382 L. quadr. ant. en L. q. p.) het grootste deel in beslag. Aan de ondervlakte schikt dit lobje zich met zijn afgerond eind tegen het brachium pontis aan en nadert tevens tot den ingerolden rand, waarmede de lobjes der ventrale vlakte langs den bruggearm eindigen (fig. 384).

Daardoor wordt dan het begin van den sulcus horizontalis magnus gevormd. Deze groeve is dus in haar aanvang op den ventralen rand niet anders dan de twee tegen elkander sluitende, dorsale en ventrale liemispheren-einden; dan echter sluit zich daaraan de diepe groeve tusschen de hemispheren-lamel len, die tot den dorsalen worm bij de incisura posterior gevolgd kan worden. Zoo ziet men die groeve op fig. 384 s. h. beginnen en op fig. 382 s. hor. Onduidelijk blijft het echter, zoowel waar de sulcus superior posterior, als waar

Sluiten