Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij zoogdieren komt onder de leiding van het neo-pallium cerebri. de groote ontwikkeling der zijstukken, zoodat bij de primaten zelfs een overwegende groei van het zijdelingsche gedeelte boven het wormgedeelte plaats vindt.

De tegenstelling tusschen worm en hemispheer, die door Bolk ontkend werd, komt dus langs een geheel anderen weg door E d i n g e r's ingrijpen weer terug, als tegenstelling tusschen palaio-cerebellum en neo-cerebellum. Maar men begrijpe wel, dat hier geen tegenspraak wordt ingevoerd tegen Bolks beginselen. Veeleer beteekent E d i n g e r's gedachtengang een uitbreiding er van en een poging tot verzoening van de oudere anatomie met de jongere.

Want weldra zal er op gewezen moeten worden, dat de hier gemaakte tegenstelling tusschen palaio- en neo-cerebellum eveneens nog slechts pioniersarbeid is, dat het laatste woord daarover nog allerminst gezegd is. Integendeel. Onbegrijpelijk blijft voorloopig nog de voorstelling, alsof een neo-cerebellum, zoodra het ontstaat, zich als een nieuw stuk tegen het palaio-cerebellum zou aanplaatsen, zooals een nieuw stuk stopverf tegen het oude wordt aangeplakt. Het is niet waarschijnlijk, dat de eerst-verkregen nieuwe deelen alleen door appositie of juxta-positie zouden groeien. Veeleer moeten zij door intussusceptio, door tusschenvoeging tusschen de oudere gedeelten ontstaan.

Intusschen waren er ook andere gronden behalve die, welke aan de vergelijkende beschrijving zijn ontleend, die voor de stelling pleiten, dat het middelste deel van het cerebellum van ouderen datum kon zijn dan de zijdelingsche stukken en dat van het midden uit, de ontwikkeling van het cerebellum naar lateraal toe, voortgaat. Die gronden zijn ontleend:

I. aan de embryologie van het menschelijk cerebellum, en wel

a. aan de ontwikkeling der mergscheeden;

b. aan de ontwikkeling der lamina granularis cerebelli.

II. aan de klinische en patholoog-anatomische waarneming, en wel

а. aan de partiëel gekruiste cerebellum-atrophie na haarden in het neo-pallium;

б. aan het voorkomen van ziekten van het cerebellum, die zich naar men meent, somwijlen beperken tot het neo-cerebellum.

I. a. gronden ontleend aan de ontogenese der mergscheeden.

De vorming van mergscheeden rondom de vezels in de centripetale wegen, die naar het cerebellum gaan, heeft, naar het mij voorkomt, veel te weinig de aandacht der onderzoekers tot zich getrokken.

1 och spreekt het van zelf, dat daaruit veel geleerd kan worden, omtrent de wijze, waarop de schorsontwikkeling in het cerebellum zich afspeelt.

Het eerst wordt goed waarneembare mergscheede-vorming gezien in het menschelijk cerebellum bij een foetus van 30—32 c.M. lengte. (Verg. de doorsneden daarvan in fig. 394 en in fig. 395 geteekend.)

Daar beginnen enkele toevoerende wegen te myeliniseeren. Allereerst vezels,

Sluiten