Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intermedia en met een duidelijke intensieve kleuring der diepe zone van de lamina molecularis, dan is dit stuk zwart gekleurd.

Behalve de floceulus-formatie is in dit vergevorderd stadium van ontwikkeling, de schors in de diepte der hoofdgroeven. Hiertoe behooren fissura I, fissura II, fissura prae-pyramidalis en de meeste andere groeven in de middellijn.

Wanneer men van den flocculus afziet, krijgt men den indruk, alsof de schors-ontwikkeling van uit eenige punten in de middellijn en bepaaldelijk in de diepte der daar gevormde groeven begint, dat zij vandaar voortschrijdt naar de oppervlakte van ventrale in dorsale richting, dat zij daar van het midden uit eerst in frontale dan in caudale richting verder gaat en eindelijk zich ook in laterale richting uitbreidt.

Opmerkenswaardig is, dat het schorsveld van den flocculus, dat het verst van alle in ontwikkeling vooruit is, scherp is afgescheiden van het daaraan grenzend deel, waarin van schors-ontwikkeling zelfs nog geen sprake is.

Dit is van belang, omdat een ongelijktijdigheid in de ontwikkeling van naast elkander gelegen gedeelten der cerebellaire schors, geenszins de uitdrukking behoeft te zijn van de omstandigheid, dat een nieuw deel zich naast het oudere gedeelte plaatst; maar het speciale geval der flocculus-vorming bewijst, dat het onder bepaalde omstandigheden wel degelijk voorkomen kan, dat een zeer oud deel reeds ver ontwikkeld is, als het allerjongste deel er tegen aangroeit.

In fig. 400 is, duidelijkheidshalve, in een was-reconstructie, door Prof. van den Broek vervaardigd bij 20-malige vergrooting van het foetale cerebellum van 23 c.M., de uitbreidingswij ze der verschillende ontwikkelingsstadia der schors afgebeeld. Dit is bereikt, door op de wasplaatjes het oudste stadium met a, het driedeelingsstadium met 6, het jongste stadium met c en de plaats, waar de geheele schors nog ontbreekt, met d te benoemen.

In het aldus verkregen praeparaat bestaan nog alleen transversale groeven. Met uitzondering der fissura post-lunata, gaan al deze groeven van de middellijn uit en zijn daar het diepst. In den lobus anterior reiken die groeven ver lateraalwaarts, in den lobulus medianus lobi posterioris overschrijden zij het middenstuk niet en de lobulus lateralis lobi posterioris is nog ongegroefd. Caudaal van de fissura I vindt men de fissura post-lunata (E 11 iot S m i t h) als een diepe, van lateraal uit naar de middellijn groeiende sleuve. Caudaal van deze, op de laterale vlakte diepe, groeve worden dus op het hemispheren-gedeelte van het cerebellum nog geen groeven aangetroffen. De flocculus ligt als een afzonderlijke formatie onder de rest van het cerebellum.

Het oudste, a genoemde stadium der schors-ontwikkeling vindt men dus in de eerste plaats in het flocculus-gedeelte. Deze is in fig. 400 A, B en C, als fl. aangegeven.

Voorts is de schorsomgeving der diepe fissuren in de middellijn overal met a gemerkt (Zie fig. 400 A). Maar niet overal in de middellijn alleen. In den lobus anterior reikt deze ({-zone, die den sulcus primarius volgt, ver

Sluiten