Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

foetus reeds bij 32—36 c.M. merghoudend, op een oogenblik, dat de spinocerebellaire banen het merg nog missen.

Beziet men in een N i s s 1-praeparaat de cel-structuur der beide middelste kernen, zooals in fig. 434 is geteekend bij een hond, dan blijken zij zeer verschillend gebouwd.

In beide kernen vindt men groote en kleine cellen. In den nucleus fastigii vindt men bij voorkeur groote veelhoekige cellen, met groote kern en kernlichaampje en een groote hoeveelheid protoplasma, waarin het tigroied is gerangschikt op een wijze, zooals wij die kennen in de groote motorische cellen (fig. 434. nucl. fastigii).

Daarentegen overheerschen in den, ten gevolge van doortrekkende vezelbundels, uiteengespleten nucleus globosus veel kleinere cellen, gewoonlijk tot groepen vereenigd. Ook deze cellen bezitten een groote kern en kernlichaampjes, maar zij bevatten slechts weinig protoplasma, waarin het tigroied veel fijner is en zonder kenmerkende rangschikking (fig. 434. nucl. globosus). De groote cellen van den nucleus fastigii worden in geringer aantal ook in den nucleus globosus gevonden. Zij verschillen echter zeer in vorm en grootte van de nog grootere, veel meer langgerekte cellen, die men in den nucleus emboliformis en in den nucleus dentatus aantreft en waarop later wordt teruggekomen.

Het ligt voor de hand om in de groote cellen van den nucleus fastigii, de oorsprongs-cellen te zien van den haakbundel, den tractus uncinatus van RussienRussell. Deze bundel (zie deel II, p. 308, fig. 314) werd reeds

bij het konijn beschreven en door van Gehuchten's experiment de

klieving van het cerebellum in de middellijn — geïsoleerd. Hij wendt zich. zooals toen werd uiteengezet, naar den nucleus D e i t e r s en men kan er dus een tractus fastigio-vestibularis in zien (verg. ook § 5).

Bij den mensch zijn de verhoudingen van den nucleus fastigii en tractus uncinatus niet verschillend van die, welke bij het konyn worden gevonden.

Men ziet, in fig. 436 aan de linker zijde, dat de tractus uncinatus ten deele ongekruist uit den nucleus fastigii ontspringt.

Die vezels plaatsen zich lateraal van den bind-arm en scheiden het halvemaansvormige veld van den bovensten kleine-hersensteel van de ventrale spino-cerebellaire baan af. Tevens ziet men in fig. 436 reeds enkele vezels uit den gekruisten nucleus fastigii komen. Zij nemen snel in aantal toe, zoodat in fig. 437 alle vezels voor den tractus uncinatus uit den gekruisten nucleus fastigii schijnen te ontspringen.

Ook bij den mensch is er dus een vestibulo-cerebellair stelsel, dat in de eerste plaats op de beide mediale cerebellaire kernen aangrijpt.

Het wordt gevormd door twee omvangrijke vezelgroepen, die in de laterale en mediale afdeelingen van den binnensteel of in M o n a k o w's I. A. K. worden aangetroffen. Zij hebben haar oorsprong genomen in den nucleus triangularis en in de eigen kernen van den binnensteel. Van deze beide vezelgroepen, die men tot een stelsel vereenigen mag, wendt de eene zich

Sluiten