Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit stelsel maakt een corticale verbinding met beide helften der pontine kernen. Alles vingerwijzingen, dat met dit stelsel de betere organisatie begint der bi-laterale symmetrische bewegingen, eerst van den romp, daarna van de extremiteiten; een organisatie, die goed geconstitueerd moet zijn, opdat de uni-laterale beweging tot stand zal kunnen komen.

De parieto-pontine vezelgroep voor de pedunculaire kern is de jongste acquisitie dezer drie, al is zij ouder dan de fronto-pontine en dan de temporopontine straling. Zij myeliniseert na de pyramide en vóór de laterale en mediale steel-afdeeling. Zij houdt bij de zoogdieren in ontwikkeling gelijken tred met die van de pedunculaire kern en ten slotte met die van de intra-pedunculaire afdeeling er van.

Bij het konijn nog nauwelijks aanwezig, ziet men die afdeeling bij kat, hond en aap toenemen, totdat zij bij den mensch een geweldigen omvang heeft bereikt. Naar mijn meening hangt dit samen met de hoogere organisatie der steeds toenemende en volmaakter wordende unilaterale extremiteitenbewegingen.

De voor deze bewegingen noodzakelijke cerebro-cerebellaire reflexcombinaties, voor welke de centrale steel-vezels een rol spelen, worden direct geleid door proprio-receptieve en vestibulaire impulsen op romp en lichaamsextremiteiten.

Samenvoeging van cerebro-cerebellaire reflex-combinaties van hoogere orde, voor opgerichten gang, rythmische uni-laterale bewegingen, dans, spraak en zang, stelt echter steeds booger eischen en vraagt leiding door impulsen uit andere zintuigen dan de proprio-receptieve alleen. Daaraan te voldoen, is voor de centrale afdeeling alleen niet meer mogelijk.

Achtereenvolgens sluiten zich in den hersensteel de laterale afdeeling en eindelijk de mediale afdeeling aan de centrale aan.

Het is hier de plaats om stil te staan bij de reticulaire kernen, die gelijk werd uiteengezet, bij het stelsel der brugge-kernen moeten worden gerekend. Maar in dit stelsel nemen zij, zoowel op grond van myeliniseerings-verhoudingen, als op grond van hun vergelijkend anatomische, verschijning, plaats naast betrekkelijk zeer oude afdeelingen.

Bij het konijn zijn zij reeds tot volledige ontwikkeling gekomen. Na cerebellum-exstirpatie gaan de zeer groote daarin gevonden cellen teniet.

Uit de reticulaire kernen ontspringen vooreerst de fibrae rectae pontis (v. Monakow, M a s u d a) die dorso-ventraal in de raphe loopen en ten tweede de fibrae obliquae pontis, die naast de raphe loopen, maar in soheeve richting eveneens dorso-ventraal de brug doorboren. Deze vezels gaan meerendeels naar het stratum superficiale door. Zij bereiken den gekruisten brugge-arm, verdwijnen éénzijdig na doorsnijding van den brugge-arm (Borowiecki) en degenereeren na experimenteele laesies, die de reticulaire kern éénzijdig treffen (S p i t z e r en K a r p 1 u s). In dat geval worden zij zichtbaar in March i-praeparaten en worden dan zoowel in het stratum superficiale

Sluiten