Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in het stratum complexum ventrale aangetroffen. Bij hun loop naar de kleine-hersenen, sluiten zij zich dus aan bij andere cerebello-petale vezels, welke door ons worden beschouwd als behoorend tot de oudere afdeelingen van het pontine stelsel. Zij voegen zich bij de vezels in het stratum complexum ventrale en superficiale.

De reticulaire kernen ontvangen door den hersensteel een cortico-fugale innervatie, wier eigenaardige bijzonderheden reeds ter sprake zijn gekomen. Toen in hoofdstuk IX de beschrijving werd gegeven der z.g. aberrante pyramide-vezels, werd uitvoerig stilgestaan bij de z.g. lemniscus-stelen, de laterale en mediale pedunculi lemnisci van D é j é r i n e, die ontsprongen uit de streek der opercula en striatum door het veld van den lemniscus heen, vezels toevoeren aan de pyramiden. Daarheen mag worden verwezen voor de wel wat verwarrende nomenclatuur dezer bundels, die in talrijke synoniemen beschreven zijn. Zij loopen in den pedunculus cerebri te midden van veel jongere bundels en vertegenwoordigen in de mediale en in de laterale steelstralingen stelsels, die in pliylogenetischen zin ouder zijn dan de rest van de uit slaap- èn voor hoof dskwab afkomstige vezels.

In dat verband zijn in hoofdstuk IX en X tevens de nuclei reticulati ter sprake gekomen, maar toen zijn zij beoordeeld van een geheel ander gezichtspunt uit. Toen zijn zij beschouwd in verband met hun corticale innervatie. Toen werd gewezen op het celverlies, dat bepaaldelijk in den nucleus reticularis medialis werd gevonden, als de pedunculi lemnisci en de daaraan beantwoordende vezels in het stratum lemnisci pontis waren tenietgegaan. Toen is de functie dezer kern beschouwd, als die van een ingeschakelde kern, tusschen de centrale innervatie en de oorsprongs-kernen van den N. VI en den N. VII.

De in dit hoofdstuk gegeven uiteenzettingen werpen ook een ander licht op die kern, omdat zij stellig ook een verbindings-apparaat is met de kleine-hersenen. Het komt mij na herhaald onderzoek voor, dat de cellen, die in de mediale reticulaire kern te gronde kunnen gaan na een neerdalende degeneratie in het lint (fig. 345), niet dezelfde zijn, als de groote cellen, die daarin verdwijnen na cerebellum-exstirpatie.

Eerstgenoemde cellen zijn kleiner. Als zij atrophiëeren is dit op indirecte wijze, zooals dit geschieden kan bij schakel-cellen, die verbinding zoeken met de beide motorische kernen in de V a r o 1 s-brug.

Dit stelsel is in phylogenetischen zin een oud geheel, ofschoon het, bij den mensch althans, gevonden wordt te midden van het jongst verkregen fronto-pontine stelsel. Het is niet onmogelijk, dat bij voortgaande ontwikkeling, naarmate steeds nauwkeuriger eischen aan de instelling der zijdelingsche oogbewegingen en der mimische bewegingen worden gesteld, waarvoor dit stelsel in eersten aanleg dienstbaar zou kunnen zijn, ook een nieuwe reflex-combinatie tot meerdere nauwkeurigheid der instelling op hooger niveau noodzakelijk is geworden.

Dit alles geldt in het bijzonder van den medialen nucleus reticularis lemnisci, wiens corticale innervatie in hoofdzaak langs D é j é r i n e's medialen

Sluiten