Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leerzaam is in dit opzicht een kleine tuberkel, die langer dan één jaar had bestaan, zonder veel andere verschijnselen, dan hoofdpijn en stuwings-papil te geven, totdat een secundaire meningitis een einde aan het leven maakte.

De juiste plaatsing van dezen haard is in drie doorsneden in fig. 487 A, B en C weergegeven.

Een snede, die door het cuimen gaat (fig. 487 A) treft het meest frontale einde van den tumor in den lobulus quadrangularis anterior. De tumor dringt dan snel naar de diepte toe. Hij vernielt aan de rechter zijde de vezel-straling, die haar spaken in de beide lobuli quadrangulares zendt, volkomen (fig. 487 B). Vervolgens dringt hij nog een eindweegs door, naar den lobulus quadrangularis posterior en eindigt daarin (fig. 487 C).

De gevolgen van dezen tumor voor de brugge-kernen zijn inderdaad kenmerkend en weergegeven in fig. 488.

In foto A, een snede door het distale einde der Varols-brug is merkbaar, dat aan de linker zijde de laterale kern reeds iets kleiner is dan aan de rechter. Veel omvangrijker is de reductie der laterale kerngroepen in de beide volgende foto's, die genomen zijn op den overgang tusschen het distale en middelste derde der V a r o 1 s-brug (foto 488 B) en in het middelste derde (fig. 488 C) er van. In foto B is de verkleining der linker laterale en latero-dorsale kern, alsmede de laterale afdeeling van de pedunculaire kern zeer belangrijk. Ook het stratum complexum ventrale is links in omvang afgenomen. De reductie van de dorso-laterale brugge-kern is de oorzaak geworden, dat de ventrale kern in dorsale richtingen verplaatst en omgebogen wordt.

In foto C is de verkleining der drie genoemde kernen nog toegenomen. Van de laterale afdeeling der pedunculaire kern en het daaraan grenzende gedeelte der laterale kern is dan ook bijna niets meer over.

Maar ook de dorso-laterale kern bestaat slechts uit enkele reticula, waarin nauwelijks cellen worden gevonden. Ook hier is, evenals in foto B, een aanzienlijke verkleining zichtbaar, zoowel in het stratum complexum dorsale als in het stratum complexum ventrale.

Zelfs in foto D is de verkleining der laterale partijen van de bruggekernen nog opvallend, ofschoon deze snede door het proximale 3de der V a r o 1 s-brug dicht bij den overgang in het middelste gaat.

De verkleining dezer kernen is gevolg van celverlies. In de laterale kern en in de laterale afdeeling der pedunculaire kern, die naar het W e i g e r tP a 1-praeparaat in foto B en C zijn afgebeeld, leert het cel-praeparaat een nagenoeg volkomen ontbreken van cellen kennen.

De in de bovenstaande bladzijden meegedeelde waarnemingen, hebben voorloopig nog geen andere beteekenis, dan bouwsteenen, die kunnen bijdragen tot een later te ontwerpen kaart der verbindingen tusschen brugge-kernen en kleine-liersenen.

Waarschijnlijk heeft M a s u d a gelijk met zijn opmerkingen, dat er vermoedelijk geen enkele kern is, die uitsluitend met een bepaald deel der

Sluiten