Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lege lij leertijd ziet men uit den lemniseus lateralis een groote menigte vezels in het halvemaan-vormige veld (fig. 391 B) overgaan. Zij stralen door de laterale kern heen, vooral langs den lateralen en ventralen rand, daarin uit. De eigen laterale bind-arm-kern bereikt haar grootsten omvang, nadat deze instraling heeft plaats gehad (fig. 491 C), maar blijft scherp gescheiden van de dorsale kern van den lateralen lemniseus, welke door de haar omsluitende lemniscus-vezels een scherp omschreven, eigen gebied inneemt (fig. 491 D). Er is echter niet aan te twijfelen, dat de lemniseus lateralis een groot aantal vezels naar den bind-arm zendt.

Daarbij komen nog vezels, die uit de laterale bind-arm-kern naar den bind-arm gaan, op dezelfde wijze als de vezels, die hem in meer distale sneden, uit het corpus juxta-restiforme hebben gevoed.

Ook de mediale bind-arm-kern (fig. 491 A n. med. br. conj.) bezit een eigen stelsel van overlangs er door heen loopende vezels. Daaronder zijn eveneens vezels uit den lemniseus lateralis, die in de medio-ventrale zijde het halvemaan-vormige veld binnenstralen (fig. 491 B en C). Maar daarnaast zijn er vele van andere herkomst. De vezels van den radix mesencephalicus N. V, die, zoolang hij er is, de grens zal vormen tusschen mediale bind-arm-kern en de substantia grisea centralis, moeten om naar buiten te treden, zich in ventro-laterale richting omslaan en door dit veld heen gaan. Zij hebben niets met het bind-arm-stelsel uitstaan.

Maar van meer beteekenis is (fig. 490 D), dat zoowel de sensibele kern van den N. trigeminus, als de proximale gedeelten van den tractus spinalis N. \ een groot aantal vezels uitzenden, die de mediale kern van den bind-arm als een machtige vezelstraling (fig. 491 A) doorboren. Die vezels gaan langs den medialen rand in het halvemaan-vormige veld over. Altijd dus nieuwe aanvoer van niet uit het cerebellum afkomstige vezels naar den bind-arm.

Dan zijn er eindelijk vezels (fig. 491 A-D fibr. ad. vel. med.), die vermoedelijk van denzelfden oorsprong zijn als rle zooeven genoemde.

Ook zij loopen door de mediale bind-arm-kern heen, maar gaan naar het velum medullare anticum, hetwelk zij distaal van de kruising der N. N. trochleares bereiken. I it hen schijnt zich een echte commissuur voor de beide bind-armen te vormen.

Men moet deze vezels niet verwarren met die, welke in hoofdstuk VII (Deel II, pag. 33 41) behandeld zijn, met de vezels dus, die uit den radix mesencephalicus in den radix N. IV overgaan en eveneens tijdelijk door de mediale bind-arm-kern loopen.

De hier bedoelde commissuur-vezels stralen uit de sensibele trigeminuskern ventraal in de mediale bind-arm-kern. Zij gaan dan deels over in het halvemaan-vormige veld, deels loopen zij door de mediale kern heen in het velum medullare.

Het is dus niet aan twijfel onderhevig, dat bij het konijn de bind-arm wordt opgebouwd door zeer verschillende vezel-systemen, die niet uit het cerebellum kunnen worden afgeleid.

Sluiten