Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De daaraan verbonden uitvoerwegen konden op eenvoudiger wijze geordend worden.

De eigenaardige bouw van den nucleus dentatus is dus volstrekt niet in tegenspraak met de voorstellingen omtrent het door elkander heen geweven zijn van palaio-cerebellum en neo-cerebellum, dat in de vorige § 3 verdedigd is.

Het tegendeel is waar.

Er zijn factoren van functioneelen aard in het spel gekomen. Toen de oudste functie, de bi-lateraal-symmetrische bewegings-combinaties, in vollen bloei stonden, beantwoordde daaraan een nog niet gedifferentiëerde matrix van den nucleus dentatus.

De oude functie ging achterstaan bij een nieuwe, die der uni-laterale bewegings-combinaties der extremiteiten; er kwam een tijd, waarop zij geen andere rol vervulde, dan de drager te zijn van de nieuwe, die ten haren koste was gegroeid. Zij werd aan de nieuwe ondergeschikt en eenvoudiger ingericht, zij werd regressief. De oude functie had haar plaats gebonden in hoofdzaak aan de middellijn. De worm vooral werd kleiner. Met de regressie van den worm bleef ook in ontwikkeling terug dat gedeelte van den nucleus dentatus, dat het oudste was. De dorsale windingen werden eenvoudiger gebouwd.

Op die wijze komt men minder in botsing met de eigenaardigheden, die omtrent den bouw van den nucleus dentatus hier zijn medegedeeld.

Een laatste probleem, dat zich aan den nucleus dentatus vastknoopt, moet thans nog besproken worden.

D e m o 1 e heeft de vraag gesteld of de cerebro-cerebellaire atrophieën wel ontstonden op de wijze, die door de overgroote meerderheid der schrijvers wordt aangenomen. Hij gelooft niet, dat zij noodzakelijk ontstaan langs den weg, die van de hersenschors over de pontine kernen heen naar het cerebellum gaat. Hij denkt zich een geheel andere wijze van ontstaan dezer merkwaardige afwijkingen.

Hij meent, dat het niet noodzakelijk is, dat de pontine wegen voor hun rijping verwoest moeten zijn, om de ontwikkeling van cerebro-cerebellaire atrophieën te veroorzaken. Ook bij den volwassene kan dat gebeuren.

Dit moet ook worden toegegeven in gevallen, waar de primaire cerebrale laesies ontstaan in zenuwstelsels, die reeds diep veranderd zijn door lues of arteriosclerosis en is ook dan nog zeldzaam.

D e m o 1 e zoekt een anderen weg. Hij meent, dat de cerebro-cerebellaire atrophieën bij voorkeur ontstaan bij frontale hersen-laesies, dat er dientengevolge een atrophie in de fronto-rubrale baan tot stond komt, gevolgd door een axipetale atrophie van den bind-arm, tot in den nucleus dentatus. Deze zou voorafgaan aan de partieele atrophie in het gekruiste cerebellum.

Experimenteel is dit, naar mijn meening, onjuist.

Althans is daarvan niets te vinden bij honden met dubbelzijdige hemispheren-exstirpatie, zooals bij den hond van Z e 1 i o n y in P a v 1 o v's laboratorium geopereerd, of bij de talrijke eenzijdige hemispheren-exstirpaties, die ik bij katten en konijnen heb gezien.

Sluiten