Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorso-reticulaire kern, gelatineuse kern en kleincellige kern is de dorsale kern, links en rechts gelijk.

Het kenmerkende beeld van een roode kern, welker uittredende rubrospinale bundel aan de contra-laterale zijde is doorsneden, handhaaft zich op gelijke of nagenoeg gelijke wijze, door de twee caudale derde gedeelten der roode kern.

Maar in het bovenste gedeelte der roode kern komt er eenige verandering.

Dit is in fig. 521 afgebeeld.

Wel vindt men ook daar in de pars magno-cellularis, die te dezer. hoogte met den zijhoorn tot een geheel is samengesmolten, links, in de gelijkzijdige roode kern, nog altijd eenige groote cellen, die rechts, in de gekruiste pars magno-cellularis (fig. 521; p. ma.) ontbreken.

De medio-ventrale verschuiving der dorsale kern is nog altijd merkbaar. Men herkent haar gemakkelijk aan de plaatsing van de op elkander gedrongen bundels van het centrale merg (fig. 521 c. m.), thans reeds voor een groot deel vervangen door bundels van andere herkomst dan bind-arm-bundels. Zij zijn ten opzichte der pars magno-cellularis, links en rechts, ventraal verschoven.

Het kleincellige proximale kerngebied is bijzonder scherp omschreven en gedraagt zich als een afzonderlijke, aan weerszijden onveranderde kern.

Dorso-reticulaire en gelatineuse kernen zijn dus niet veranderd, maar men merkt op, dat het aantal groote cellen, (die in grootte niet onderdoen voor de grootste cellen in de pars magno-cellularis) talrijker zijn dan zij in meer distale sneden zijn (bijv. in fig. 521 ; bij 1 rechts).

De onderstelling, dat er ook een gelijkzijdige oorsprong uit de roode kern zou zijn voor den rubro-spinalen bundel, is niet gerechtvaardigd, want zooals in deel I, p. 253, fig. 132, werd uiteengezet, wordt de verwoesting der roode kern niet door dubbelzijdige degeneratie van den rubro-spinalen bundel gevolgd. De met M a r c h i-methode aantoonbare degeneratie in dien bundel is uitsluitend aan de gekruiste zijde.

Beiderzijds komen dus in Hatsche k's kleincellige kernpartijen groote cellen voor, die stellig niet reageeren op de doorsnijding van den rubro-spinalen bundel.

Zij zijn zoowel in den nucleus dorso-reticularis als in den nucleus gelatinosus te vinden. Zij zijn geen oorsprongscellen voor den rubro-spinalen bundel.

De groote cellen der pars magno-cellularis en zij alleen zenden de vezels van den rubro-spinalen bundel uit. Deze bundel bezit geen verbinding met kernen in het tegmentum van de V a r o 1 s-brug of van het verlengde merg.

Want alle groote cellen in de gekruiste grootcellige kern van distaal tot proximaal toe verdwijnen, als halfzijdig, vlak onder de medulla oblongata, het veld van de rubro-spinale baan vernietigd is.

Indien dus groote cellen in de roode kern gekruiste vezels afgeven aan het tegmentum van pons en bulbus_, dan mogen zij, daaraan is sedert v o n M o n a k o w niet meer te twijfelen, uitsluitend gezocht worden in de groote

Sluiten