Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwere, met cerebello-striato-corticale aanvoerwegen, en thalamo-corticale uitvoerwegen.

Het efferente gebied van de nieuwere afdeeling naar het tegmentum, wordt, conform E d i n g e r, gevonden in de groote cellen der rubro-tegmentale vezels.

Het afferent gebied er van bevat iets minder, dan hetgeen in de roode

Kern onveranaerü rmjlt, als zij van den vezelaanvoer uit mesencephalon en lemnisci is beroofd, want niet alle phylogenetisch oude aanvoerwegen (de bind-arm niet) worden daardoor vernietigd.

Maar het komt ook niet nauwkeurig overeen met hetgeen ongedeerd blijft, als het tegmentum vlak onder Wern e k i n k's commissuur wordt doorsneden. Want door de daarmee gepaard gaande bindarm-doorsnij ding worden tevens cerebellaire, dus phylogenetisch jonge aanvoerwegen vernietigd, die de neo-rubrale afdeeling kunnen beïnvloeden, ofschoon er in den bind-arm (zie deel III hoofdstuk XII, par. 5) ook een aantal phylogenetisch oudere octavus-wegen en trigeminus-wegen loopen, die hun invloed op de palaiorubrale afdeeling doen gelden en storend kunnen inwerken.

Tusschen beide afdeelingen bestaan derhalve in de roode kern nooit scherpe grenzen. Evenals elders, dringen zij door elkander heen. Het feit,

Fig. 530.

Schema van de palaio-rubrale afdeeling, tegenover de neo-rubrale afdeeling der roode kern. Zwart: pars magno-cellularis. Gestippeld: latero-dorsaal kern-gebied. Beide vormen te z'amen bet palaiorubrale kerngebied. Wit: het dorsale kerngebied, de neo-rubrale afdeeling der roode kern.

dat de groote cellen der rubro-tegmentale wegen, ook verspreid liggen in afferente gebieden van palaio-rubrale afdeeling, bewijst dit evenzeer als het eit, dat bmd-arm-doorsnijding ook haar invloed doet gelden op het efferente palaio-rubrale gebied.

W ïl men echter de tegenstelling palaio-rubrale en neo-rubrale afdeeling m een schema brengen, gelijk dit in fig. 530 is beproefd, dan vormt zich

Sluiten