Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de plaats daarvan vindt men öf hoopjes van apolaire korrels, öf hoopjes, waaraan nog een rest van het door neurophagie verdwenen celprotoplasma tusschen de apolaire korrels is weer te vinden (fig. 533. B bij c).

Soms herkent men nog de wandstandige kern der cel, soms is een schim der cel overgeschoten.

De neurophagie heeft niet alleen opruiming gehouden onder de kleine zenuwcellen (fig. 533. bij c), maar ook en in sterke mate onder de middelgroote cellen (fig. 533. bij a) en wellicht ook onder enkele der zeer groote cellen.

Deze neurophagen, oligo-dendro-gliacellen, zijn in die zenuwcellen gedrongen, doen hen zwellen en uiteenvallen en al ontbreken normale zenuw-

A

B

Fig. 533.

A. Goote cellen (a) en middelgroote cellen (6) uit de dorso-frontale afdeeling der normale roode kern met haar begeleidende kleine zenuwcellen (c).

B. Groote cellen (a) en middelgroote cellen (6) uit de dorso-frontale afdeeling der roode kern, gekruist aan de atrophie van den bind-arm. De begeleidende kleine zenuwcellen zijn in B. verdwenen en vele andere kleine cellen zijn op weg van degeneratie (c, d en e).

cellen niet geheel in het frontale kern-gedeelte, zij zijn er schaars (fig. 533. B bij d).

Al deze veranderingen zijn in het meest caudale kern-einde niet zeer sterk. Daar komen zij, na doorsnijding van het mesencephalon, veel meer tot hun recht, dan na bind-arm-doorsnijding. Aan het meest frontale kerneinde nemen zij wederom in intensiteit af.

Resumeert men dus, dan heeft de doorsnijding van den bind-arm een belangrijken invloed op de gekruiste roode kern.

De magno-cellulaire kern wordt ten gevolge van bijna volkomen vezelverlies veel kleiner. Enkele kleine cellen verdwijnen er in. De groote cellen ondergaan betrekkelijk weinig verandering.

De laterale hoorn verliest nog vrij veel vezels in zijn centrale merg.

Sluiten