Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3°. de in de laterale en grootcellige kernen gelegen kleinere schakelcellen, die deze aanvoer banen verbinden met

4°. de groote cellen in de pars magno-cellularis, uit welke

5°. de rubro-spinale bundel ontspringt en

6° verbindingen met de substantia grisea centralis en reukbundels tot stand komen, van welke wij nog niets stelligs af weten.

Dit reflex-schema is het reflex-schema, door hetwelk de functies worden verricht, welke bij dier-experimenten, na wegneming van groote en kleine hersenen, kunnen voortbestaan.

Het vormt een betrekkelijk zelfstandig geheel, dat in het schema van fig. 545 gemakkelijk te onderkennen is.

Daarnaast echter staat een andere, neo-rubrale afdeeling der roode kern. Deze afdeeling, die bij den mol nauwelijks tot ontwikkeling is gekomen, begint bij het konijn iets omvangrijker te worden. Nog omvangrijker is zij bij den hond. Nog meer bij de kat. Maar bij geen van allen krijgt zij den grooten omvang, dien zij bij de hoogere apen en vooral bij menschen bereikt.

Dit stelsel, de neo-rubrale afdeeling, omvat:

1°. de aanvoerbaan uit het cerebellum, die wel is waar in de roode kern ook met de palaio-rubrale afdeeling omvangrijke verbindingen maakt, maar toch met het meerendeel zijner vezels in de proximale kern-af deeling en bepaaldelijk inde dorsale kern overgaat, waar zij om schakel-cellen eindigt;

2°. de dorsale kern in haar verschillende afdeelingen en het frontale gedeelte van den zijhoorn. Deze kernen zijn vooral uit middelgroote cellen opgebouwd, waartusschen een zeker aantal zeer groote cellen zijn gelegen;

3°. de middelgroote cellen, welke in de eerste plaats den oorsprong geven aan een rubro-thalamisch systeem van zeer grooten omvang, dat langs twee wegen

«. door den hypothalamus

(i. langs den medialen thalamus-rand de centrale gedeelten van het diëncephalon bereikt en in de ventrale, mediale en laterale thalamus-kernen eindigt. In de tweede plaats kunnen zij oorsprong geven aan een veel minder machtig rubro-corticaal systeem;

4°. de zeer groote cellen, tusschen de middelgroote verspreid, geven het aanzijn aan rubro-tegmentale uitvoerwegen;

5°. een vezelmassa, afkomstig uit het striatum, die ventraal van den sub 3 « genoemden bundel door den hypothalamus gaat, evenals het sub 3 genoemde stelsel in het frontale merg der roode kern overgaat en met dit stelsel, de in de frontale afdeeling der kern aanwezige bundels van het centrale merg helpt opbouwen.

Dit schema is in fig. 545 tot uitdrukking gebracht.

Het is langs experimenteelen weg bij konijn, kat en hond vrij stellig vastgesteld.

De strio-rubrale bundel zal nog nader worden toegelicht bij de menschelijke roode kern.

WINKLER IV. 7

Sluiten