Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mogelijke rubro-corticale en cortico-rubrale directe verbindingen zijn in dit schema weggelaten, omdat zij, bij deze dieren, wanneer zij er voorkomen, een veel minder groote beteekenis hebben. Bij het konijn bestaan zij zelfs waarschijnlijk niet.

Evenmin zijn daarin opgenomen indirecte verbindingen, centripetaal van de roode kern via den thalamus naar de hersenschors of centrifugaal, van de hersenschors via het mesencephalon naar de roode kern.

Zij moeten noodzakelijkerwijze bestaan.

Want al neemt men bij deze dieren een lageren reflexboog aan, van welker functie iets is bekend, dan moet reeds bij hen ook een hoogere reflexboog via de roode kern, thalamus, striatum, roode kern aanwezig zijn. Maar zelfs is ook dan bij hen nog geenszins een reflex-boog op nog hooger niveau buiten te sluiten.

Die reflex-boog zou dan omvatten, roode kern-thalamus-cortex parietalis via cortex-mesencephalon-roode kern.

Maar van al deze mogelijke verbindingen weten wij nog niets en het is beter daarover nog niet te spreken.

Bovendien zijn in dit schema niet aangeduid talrijke verbindingen, die de roode kern uit het centrale buisgrauw ontvangt, maar die, op dit oogenblik, nog zoo weinig bekend zijn, dat zij zich ter behandeling niet leenen.

Er mogen dan enkele aanwijzingen zijn, dat er zelfs bij menschen nog belangrijke corticale reflexen moeten bestaan, waarin de palaio-rubrale af deeling indirect betrokken is (optische nystagmus), bij dieren weten wij daarvan niets.

Voor de anatomie van de menschelijke roode kern, waar de neo-rubrale afdeeling een zoozeer overwegende beteekenis verkrijgt, was het echter noodzakelijk den bouw der roode kern bij de meer eenvoudige zoogdieren te laten voorafgaan.

d. De Menschel ij ke roode kern.

1. Inleiding.

Wil men een onderlinge vergelijking beproeven tusschen de roode kern van den mensch en die der lagere zoogdieren, dan komen daarvoor twee verschillende afdeelingen in aanmerking: het caudale einde der kern en het fronto-laterale gedeelte der kern.

Aan het caudale einde ligt het palaio-rubrale gedeelte, dat bij de lagere zoogdieren het bouwplan der roode kern beheerscht, maar daarentegen bij den mensch, in sterke mate is gereduceerd en op den achtergrond treedt. Toch is onderlinge vergelijking slechts toegestaan, wanneer bij beiden het palaio-rubrale gedeelte daartoe gebruikt wordt.

Ondanks de overwegende beteekenis der palaio-rubrale afdeeling is toch

Sluiten