Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel het karakter eener gelatineuse kern verkregen, d. w. z. de meest mediale bundels van den bind-arm zijn daarin opgegaan.

Terwijl dus latero-ventrale kern en centrale kern haar vezelmassa's in den latero-dorsalen mergmantel werpen, moet de dorso-mediale kern daar nog mee beginnen.

Alles wat hier als ventro-lateraal en latero-dorsaal merg rondom de roode kern te vinden is, schijnt hier uit de latero-ventrale en centrale kern afkomstig te zijn.

Daarentegen zijn in het medio-dorsale merg te dezer hoogte nog slechts heel weinig vezels, welke uit de dorso-mediale kern afkomstig zijn.

De vezels, die er hier in voorkomen, hebben verschillende beteekenis. Er zijn nog bind-arm-vezels, met name die, welke heelemaal niet in de roode kern blijven, maar er doorheen gaan. Voorts gaat de bundel van M e y n e r t daartusschen schuil (fig. 550. f. Mey.) en eindelijk stroomen voortdurend vezels uit de substantia grisea centralis op de roode kern toe.

De eigenlijke vezelstroom uit de dorso-mediale kern begint eerst machtig te worden, als de centrale kern en de latero-ventrale kern er al mee zijn opgehouden vezels uit te zenden. Zij plaatsen zich deels ook in het laterale merg, maar de meesten gaan ovei in liet zich thans vormende dorsale merg.

Aldus ziet men in fig. 551, uit dezelfde serie door het frontale einde der roode kern, ook vezels de dorso-mediale kern verlaten.

Wat thans in de roode kern getroffen wordt, behoort tot den nucleus dorso-medialis (fig. 551. n. do. me.). Maar tusschen roode kern en lemniscus ligt een machtig vezelveld, het frontale merg der roode kern.

Men kan daarin een aantal lagen onderkennen.

De dorsale vezellaag er van (fig. 551. I) is de voortzetting van de machtige vezelstraling, die den hilus binnengaat en in verbinding staat met de centrale kern.

De ventrale vezellaag (fig. 551. II) is uit de latero-ventrale kern voortgekomen en wordt nog steeds uit den lateralen mergmantel gevoed. Tegelijkertijd stralen daarheen echter een zeker aantal vezels, die uit de dorso-mediale kern afkomstig zijn.

Uit deze kern bouwt zich echter tegelijkertijd een steeds machtiger wordend mediaal merg veld (fig. 551. III) op.

Daar waar de roode kern frontaalwaarts eindigt, en de fasciculus retroflexus (fig. 551. f. Mey.) zich uit zijn medialen mergmantel losmaakt, vindt men derhalve een frontaal merg, dat uit drie étages bestaat.

Lateraal, de bundel II, liggen de vezels, die uit de latero-ventrale kern zijn voortgekomen; in het midden de vezels, die in den hilus indringen voor de centrale kern, bundel I, en mediaal, in bundel III, liggen een groot aantal vezels uit de dorso-mediale kern, die evenwel ook bundel II helpt versterken.

In fig. 551 ziet men tevens, dat de vezelbundel, die in het midden is gelegen, zich gereed maakt, om van richting te veranderen. Een deel zijner vezels wordt dan ook reeds in overlangsche richting getroffen, omdat zij door de beide

Sluiten