Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschreven strio-olivaire bundel, of, zooals hij hier genoemd wordt, de tractus pallido-olivaris, tot atrophie gebracht, door de vernieling van den nucleus pallidus.

Er doen zich bij het volgen van den pallido-tegmentalen bundel in caudale richting een aantal merkwaardige bijzonderheden voor. Op het oogenblik, dat de roode kern heeft plaats gemaakt voor de witte kern, ligt de pallidotegmentale vezelmassa, met haar beide afdeelingen vrij in het tegmentum, dorso-lateraal van de witte kern.

Fig. 573. A brengt dit in teekening. Zij is ontleend aan dezelfde doorsnede, van welke fig. 572. A een foto gaf, maar de teekening is, evenals van fig. 573—578 op dezelfde schaal als fig. 571. Men ontmoet dus in fig. 573. A en B, evenals in fig. 572. A en B, de beschreven vezelbundels, die rechts normaal, links atrophisch uit de witte kern in den gelijkzijdigen bind-arm overgaan. Deze bundels moeten dwars door het pallido-tegmentale veld heenbreken. Het schijnt dan (fig. 573. A) alsof de meest proximale étage dezer vezels in dit veld overgaan. Dat dit liet geval is, blijkt verder uit het feit dat beide afdeelingen van dit veld, zeer belangrijk in omvang zijn toegenomen, zoodra de witte kern en de streek der commissuur van Wernekink voorbij zijn (fig. 574. B vergeleken met fig. 571).

De rechter tractus pallido-tegmentalis wordt vergroot met vezels uit de rechter witte kern, de linker met vezels uit de linker witte kern. Gedurende de verwarrende vezelkruisingen (fig. 573. B) kan men geen juist oordeel vellen, maar. als de bind-arm een juxta-ventriculaire plaats heeft ingenomen, kan men dat wel.

In fig. 574. A blijkt echter, dat de pallido-tegmentale vezel-massa, versterkt met vezels, die daarin vrij plotseling uit de gelijkzijdige roode kern langs de witte kern zijn overgegaan, in het midden der formatio reticularis tegmenti lateralis heeft plaats genomen. Dan is zij geworden tot tractus centralis tegmenti pontis. In dien weinig scherp omschreven bundel liggen dan zeer verschillende systemen bijeen.

Allereerst gaan hierin over de efferente pallidaire vezels, die in de aaneengesloten, fijnvezelige, ventro-mediale afdeeling der pallido-tegmentale vezel-massa, in fig. 571 links verdwenen zijn.

Fig. 574. A (dezelfde doorsnede als foto fig. 571. C) leert ons echter, dat er aan de linker zijde een vrij belangrijk aantal vezels aan het fijnvezelige ventrale veld zijn toegevoerd. In fig. 574. A is echter de volkomen scheiding der ventrale, fijnvezelige, compacte afdeeling, van de dorsale, uit de door grijze strooken in bundels uiteengespleten afdeeling, nog niet geheel voltooid. Wel is dit het geval in fig. 574. B, ter hoogte van de sensibele trigeminus-kern en van daar blijft dit het geval in alle caudale sneden (fig. 575 en fig. 576).

Volgt men dan den loop van dit compacte veld in de ventrale afdeeling van den centralen tegmentum-bundel langs de formatio reticularis, dan ziet men het overgaan in het dorso-laterale gedeelte van den mergmantel der nuclei olivares inferiores (fig. 576).

Sluiten