Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit dezen tractus pallido-olivaris zijn echter aan de linker zijde de eigenlijke pallidaire vezels (zie fig. 571) nagenoeg geheel weggevallen, en toch ontbreekt deze bundel bij de olijfkernen niet geheel. Er zijn uit de gelijkzijdige roode kern in de streek van Wernekin k's commissuur tertiair atrophische vezels bijgekomen, die in ditzelfde veld naar den nucleus olivaris inferior loopen (fig. 576). Zij vormen een rubro-pallidairen bundel, die met den pallidoolivairen bundel in hetzelfde veld loopt.

Er loopen dus in het compacte, ventrale veld van den tractus centralis tegmenti, van fig. 574. B tot 577, aan de rechter zijde twee bundels, de tractus pallido-olivaris (links verdwenen) en de tractus rubro-olivaris (links atrophisch).

De tractus strio-olivaris van W allenberg in het ventrale veld van den tractus centralis tegmenti wordt ten gevolge der pallidum-verwoesting in twee bundels verdeeld. De eene, de tractus pallido-olivaris (fig. 571. links) verdwijnt geheel, de andere, de tractus rubro-olivaris (fig. 574 tot fig. 577) wordt tertiair atrophisch.

De vezels van beide bundels zijn echter in den tractus centralis door elkander heen gevlochten.

De dorso-laterale afdeeling van den tractus centralis tegmenti, bevat evenwel vezels, die niet naar de onderste olijfkern gaan. In fig. 571 links, blijkt het, dat de vezels der dorsale afdeeling zich iets anders hebben gedragen dan die, welke naar de onderste olijfkern gaan. Zij zijn niet verdwenen, zooals gene, maar zij zijn verkleind en tot smalle bundeltjes aaneengesloten, waaruit ook een aantal vezels zijn weggevallen.

De weggevallen vezels behooren, evenals de pallido-olivaire vezels, tot een efferent systeem uit den nucleus pallidus, maar dit is niet het geval met de atrophische vezelbundels. Zij behooren veeleer tot het groote afferente systeem, dat uit de formatio reticularis tegmenti pontis en oblongatae ontspringt en omhoog, naar nucleus ruber en striatum toeleidt. Dit systeem verdwijnt niet, maar wordt tengevolge van de laesie in het striatum atrophisch.

In fig. 571 liggen dus rechts in de dorsale afdeeling twee bundels. De eene, die uit de plaats van de laesie efferente vezels voert, is links weg. De andere, die afferente vezels voert naar de plaats van de laesie toe, is links geatrophiëerd.

Maar, als de dorsale afdeeling de streek der commissuur van W e r n ek i n k passeert, vrijkomt uit de vezelkruisingen (fig. 574. A) of nog beter in fig. 574. B), en dan volkomen is gescheiden van den strio-olivairen bundel, blijkt eerst, hoe omvangrijk de vezelvermeerdering is geweest, die zij uit de gelijkzijdige roode kern door die commissuur heeft ontvangen.

Beiderzijds is die vezeltoewas aanzienlijk, maar aan de linker zijde blijkt de toegevoerde vezelmassa atrophisch te zijn. Alle bundeltjes, die de dorsale afdeeling samenstellen, zijn smaller en de reticula, die hen scheiden, zijn smaller en minder celrijk dan aan de rechter zijde.

Het is niet gemakkelijk te zeggen, of de uit de roode kern toegevoerde vezel-massa's, die aan de linker zijde tertiair zijn geatrophiëerd, ten opzichte

Sluiten