Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdeelmg, duidelijk zichtbaar. Dr. Ronge, die in mijn laboratorium een studie van het vezelveld in het laterale gebied van het stratum intermedium der zwarte kern maakte, onderzocht het o. a. bij een kind met olivo-pontinecerebellum-atrophie, gecompliceerd met defecte ontwikkeling der voorhoofdsen wandlobben der groote hersenen.

Daar kon hij vaststellen, dat er naast den lateralen pedunculus voor den lemmscus (lateralis of Flechsig's Bündel vom Fusz zur Haube) en naast den medialen pedunculus lemnisci (medialis of Meynert's Bündel vom Fusz zur Haube) nog een tusschengelegen bundel, een intermediaire pedunculus lemnisci bestaat, dien hij van het operculaire gedeelte van de \\ andkwab en van den nucleus pallidus afleidt.

Trouwens in normale menschenhersenen kan men dezen intermediairen pedunculus, ook aan de bijzondere intensieve kleuring van zijn vezels in het Weiger t-praeparaat, altijd weervinden.

Deze bundel bevat zonder eenigen twijfel ook een systeem, verwant aan hetgeen bij het konijn in de ventrale afdeeling der intermediaire kern (zie fig. 588 en fig. 589) met x werd aangeduid. Dit systeem is echter stellig niet afhankelijk van den cortex cerebri.

Men kan bij het konijn de voortzetting dezer vezels in den nucleus pallidus vaststellen (vergelijk ook fig. 598). Deze, van den nucleus pallidus afhankelijke, vezels blijven voor het meerendeel in de substantia nigra (of ontspringen er), want het complex der bundels x wordt caudaalwaarts voortdurend kleiner, zoodat ten slotte weinige vezels er van in den lemniscus overgaan.

Bij den mensch is het corticale aandeel, dat voor den intermediairen pedunculus lemnisci bestemd is, veel sterker dan bij het konijn, maar verbindingen uit het striatum naar de substantia nigra (of van de zwarte kern naar het striatum) ,zijn bij menschen niet minder machtig.

P o p p i, een der laatste onderzoekers dezer systemen in het stratum intermedium, maakt er, volkomen terecht, opmerkzaam op, dat bij den mensch een zeer krachtige verbinding tusschen den nucleus pallidus en de zwarte kern bestaat.

Zij komt langs het kam-systeem en langs de ansa lenticularis tot stand en loopt in het intermediaire gedeelte van het stratum intermedium der zwarte kern. Gemakkelijker dan op frontale doorsneden, die P o p p i bestudeerde, kan men den oorsprong dezer verbinding uit het kam-systeem aantoonen, aan sneden, die evenwijdig aan het sagittale vlak, het frontale einde der substantia nigra treffen.

Zulk een doorsnede is in fig. 595 afgebeeld. Steel en capsula interna

zijn daar overlangs getroffen. Het kam-systeem doet zich dan voor als een

reeks velden met dwars of scheef getroffen vezels, midden in den hersensteel.

Die vezels buigen zich in groot aantal uit het kam-systeem in de substantia

nigra om en gaan dan evenwijdig aan de lengte-as, in caudale richting dooide kern heen.

Onder bepaalde omstandigheden kan men dit vezel-systeem zelfs bijzonder

Sluiten