Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de chorea van Huntington, of met spier stijfheid bij de athetose doublé.

Wij zullen later hebben te bespreken, binnen welke grenzen het werk van Oscar en CécileVogt ons geleerd heeft, dat dergelijke bewegingen deel uitmaken van het „syndröme du corps strié". Zij worden waargenomen bij diepgaande afwijkingen in het neo-striatum, ook na aandoeningen van den thalamus, of van lijden van het fronto-parietale, vooral operculaire, schorsgebied. Maar daarop kunnen wij thans nog niet ingaan.

Desniettemin bestaat er een klinisch feit, dat pathologische aandoeningen der zenuw-afdeelingen, welker uitvoerwegen staan op het oorsprongsgebied van het gemeenschappelijke uitvoerpad, dat wij als tractus pallido-rubro-reticularis hebben leeren kennen, aanleiding kunnen worden tot het ontstaan van vrij hoog georganiseerde meebewegingen in de extremiteiten als choreatische en athetotische bewegingen zijn. Te midden van die af deelingen speelt de zwarte kern haar eigen rol.

Bij de meest eenvoudige organisatie werkte palaio-nigrum en palaiorubrum met het mesencephalon samen. Deze drie kerngroepen voorzagen alle instellingen langs tractus rubro-reticularis en tractus rubro-spinalis. Het palaio-nigrum blijft als verzamelkern van impulsen uit alle zintuigsgebieden een hoofdbestanddeel in dit samenwerkend geheel. Ook later, als een neo-nigrum zich in samenhang met de opercula met het striatum en met het neo-cerebellum ontwikkeld heeft, blijft de substantia nigra een elementair aandeel nemen aan de vorming van het eindsignaal voor het gemeenschappelijk uitvoerpad.

Men kan zich dit zeer goed voorstellen, dat bij functie-stoornissen in de zwarte kern, er een onregelmatig werkend eindsignaal tot stand komt. De ordening der prikkels, door substantia nigra en roode kern omgezet in een spierstijfheid belettend eindsignaal, zooals de norma dit eischt, komt niet tot stand, het wordt onregelmatig.

Iets dergelijks schijnt bij de ziekte van Parkinson het geval te zijn.

De daaraan ten grondslag liggende vaatziekte in den hypothalamus kan den tractus pallido-rubro-reticularis geheel en al vernielen. Dan is er ook sterke spierstijfheid maar zonder beven, wanneer er nog niet iets anders is gebeurd (paralysis agitans sine agitatione).

Is die vernieling onvolkomen en de spierstijfheid onvolkomen of slechts matig ontwikkeld, dan kan door gebrekkige verwerking der impulsen in zwarte of roode kern een elementaire stoornis ontstaan in het eindsignaal, in elk geval van anderen aard en stellig meer elementair dan bij functiestoornis in de overige toevoer-wegen op het gemeenschappelijk uitvoergebied, die bijv. uit cerebellum of uit striatum daarop inwerken en welke zich uiten kan als chorea of athetose.

Het is een onvergetelijke verdienste van WertheimSalomonson te hebben bewezen, dat een tremor bij paralysis agitans ontleed kan worden in de drie componenten van een drie-assig ruimtelijk coördinatie-systeem, zoodanig dat de uitslagen der componenten onderling afwisselen, dat de

Sluiten