Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan dit caudale deel, als men wil, het oudere deel van het corpus subthalamicum noemen. In vergelijking met de normale menschelijke kern van L u y s is dit gedeelte omvangrijk, veel omvangrijker dan bijv. het gedeelte, dat in § 3 is beschreven als palaio-nigrum, is, ten opzichte van de normale menschelijke substantia nigra.

Voor dit vezelrijke gedeelte der kern van L u y s, dat, na groote haarden, zooals in fig. 562—569 beschreven werden, overblijft, is de herkomst der verschillende vezelstelsels niet verklaard. Zij zijn waarschijnlijk niet van den thalamus afkomstig. Wel kunnen zij afkomstig zijn uit den hypothalamus, uit de roode kern en uit het mesencephalon. Dat uit de kern van L u y s vezels naar de substantia nigra en naar de substantia grisea centralis overgaan (M o r g a n), hebben wij gezien.

De vermoedelijk omvangrijke verbindingen der kern met de substantia grisea centralis, leenen er zich toe, om gezien te worden in het licht van verbindingen, die een autonome kern maakt met gedeelten, die met het sympathische zenuwstelsel in nauw verband staan.

Dit zou in overeenstemming komen met de experimenten van K r e i d 1 en K a r p 1 u s, die bij een steek in de streek der kern pupil verwijding zagen ontstaan.

d. Samenvatting.

Bij een samenvatting der in dit hoofdstuk neergelegde anatomische gegevens zal wel in de eerste plaats ter sprake moeten komen, of aan de pars intermedia cerebri een gemeenschappelijke functie mag worden toegeschreven.

Dit is niet waarschijnlijk. Haar samenstellende onderdeelen gedragen zich zeer verschillend tegenover de verwijdering van cerebellum, striatum of hersenschors en zij verschillen te veel. Aan een gemeenschappelijke functie kan nauwelijks gedacht worden. Wel komen voor een betrekkelijk zelfstandige functie de onderdeelen zelf in aanmerking. In de eerste plaats de roode kern.

Zij is geplaatst tusschen de groote en kleine hersenen in.

Zij is door den bind-arm in het bezit van een machtigen aanvoerweg voor cerebellaire impulsen, wier overdracht naar thalamus en cortex, door machtige rubro-thalamische en rubro-corticale verbindingen verzekerd is.

Langs cortico-rubrale en strio-rubrale banen staan haar wegen ten dienste tot ontvangst van impulsen uit cortex en striatum.

Daartegenover bezit zij, zoowel gekruiste als ongekruiste rubro-reticulaire en rubro-spinale uitvoerwegen, die door hun verbinding met de formatio reticularis pontis, bulbi en medullae spinalis den indruk maken gemeenschappelijke paden te zijn, die velerlei impulsen afkomstig uit het mesencephalon, cerebellum, striatum en frontale cortex, overbrengen naar de in het tegmentum van pons en oblongata en in het ruggemerg gelegen motorische kernen.

Een dergelijke bouw mag het vermoeden wekken, dat deze kern een belang-

Sluiten