Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spierstijfheid met choreatische of athetotische bewegingen in de stijve ledematen, met vrij groote regelmatigheid, werd waargenomen na vernieling der gekruiste roode kern, meestal door een tuberkel, in de jeugd verkregen en met welk lijden jaren wordt geleefd.

Wij hebben opgemerkt, dat Bonhoeffer het bewijs heeft gebracht, voor het ontstaan van choreatische bewegingen bij een lijden van den bind-arm in zijn loop tusschen nucleus dentatus cerebelli en roode kern.

Maar choreatische of athetotische bewegingen kunnen ook ontstaan bij lijden van andere toevoerwegen naar de roode kern.

V o g t legt nadruk op het tot stand komen dier bewegingen bij lijden van het striatum, en bij de chorea van Huntington is onder meer, in sterke mate het striatum veranderd.

C h a r c o t zag dergelijke bewegingen aan de zijde, die sensibiliteitsstoornissen vertoonde, bij lijden in den carrefour sensitif.

Anderen zagen dergelijke bewegingen bij lijden van den thalamus, van de parietale hersenen en zelfs bij lijden van de frontale hersenen.

Het blijkt dus wel, dat door lijden van velerlei localisatie in de hersenen, choreatische of athetotische bewegingen in het leven kunnen worden geroepen.

Zij zullen het gemakkelijkst geboren worden, wanneer zulk een lijden in de jeugd is ontstaan en onvoldoende compensatie der weggevallen functie heeft plaats gevonden. Dan wordt geen voldoende organisatie verkregen van den grondslag, waarop de willekeurige bewegingen, zullen zij juist en snel worden verricht, moeten rusten. Deze vinden in dien grondslag, öf een tonus, die niet is aangepast aan het tijdstip, waarop zij zich moeten afspelen, öf zij treffen daarin grootere of kleinere remmingen aan, dan die welke zij behoorden te ontmoeten.

De roode kern staat aldus als een middelpunt in een groot cerebellocerebraal systeem, maar daarnevens bestaat een ander cerebello-cerebraal systeem, dat er functioneel volkomen van verschilt.

In het eerste stelsel werken de uitvoerende wegen uit de roode kern samen met de uitvoerbanen, welke uit het striatum zijn ontsprongen. Zij vormen te zamen een groot geheel van bij-pyramiden-stelsels. Zij geven aan de spieren een tonischen grondslag. Eerst wanneer deze behoorlijk functionneert, kunnen de uitvoerende wegen van het tweede stelsel — het pyramidenstelsel — de willekeurige bewegingen er op enten, die slechts onder voorwaarde, dat het eerste intact is, snel en juist kunnen worden uitgevoerd.

Maar, tot het eerstgenoemde stelsel, van hetwelk de roode kern een middelpunt is, omdat uit haar een gedeelte der gemeenschappelijke uitvoerwegen ontspringen, behoort ook de zwarte kern.

Reeds door M i r t o werd de substantia nigra van het striatum afgeleid, ook door S p a t z werd zij, wegens haar groote ijzergehalte, met het striatum tot een geheel vereenigd. F e r r a r o toonde aan, dat de meerderheid harer cellen verdwijnt, na verwijdering van het striatum.

Inderdaad gaat het grootste gedeelte der substantia nigra teniet, als

Sluiten