Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het frontale einde van den thalamus samen. Maar aan het occipitale einde komt het putamen weder tegen het crus posticum capsulae mternae en lost zich dan in een aantal stukjes op (fig. 610 n. 1. r. Ie.), die het retrolenticulaire gedeelte der capsula interna begrenzen.

De doorsnede treft den thalamus even ventraal van den nucleus anterior, en de daaruit ontsprongen bundel van Vicq d'A z y r (fig. 610 V. d Az.) is als een dwarsdoorsneden vezelbnndel ventraal van die kern zichtbaar. De thalamus reikt met zijn pulvinar thalami veel verder occipitaal-waarts dan de nucleus lentiformis. Zijn reticulaire kern (fig. 610 n. ret. th.) begrenst hem tegen de capsula interna. De mediale en de laterale kernen zijn m vrij grooten omvang geraakt. Daarentegen ligt de snede te ver dorsaal om meer dan een kleine punt van de ventrale thalamus-kernen en te ver ventraal om meer dan een kleinen sector van de voorste thalamus-kern af tesnij den. Men kan aan den thalamus, zoowel de taenia terminalis (tusschen hem en nucleus caudatus) als de taenia thalami (tegenover de grens der voorste en middelste kern) waarnemen.

De eerste kennismaking met de grenzen en de bestanddeelen der stamgangliën in een horizontale snede door menschenhersenen, vullen wij dadelijk aan met de beschrijving eener sagittale doorsnede.

Uit de horizontale snede hebben wij geleerd, hoe de capsula interna eigenlijk de scheidingslijn tusschen thalamus en lenskern wordt en hoe zij het striatum in twee onderscheiden deelen verdeelt, alsmede dat de laterale begrenzing van het striatum tegen de insula der hemispheer gevormd wordt door de capsula externa met het claustrum.

Uit de beschrijving der sagittale doorsnede willen wij nu beproeven de dorsale en ventrale grenzen der stamganglia te leeren kennen. Met dit doel voor oogen is in fig. 611 een doorsnede van menschenhersenen afgebeeld, die sagittaal is, dat is dus evenwijdig aan het sagittale vlak midden door de hersenen. De snede is echter zoo ver lateraal van de middellijn gekozen, dat in het frontale einde de ventrikel niet meer en de substantia gnsea centralis slechts even wordt geraakt. Dientengevolge is het caput nuclei caudati slechts even getroffen. Maar daartegenover staat dat de cauda nuclei caudati over een vrij groote lengte tegen de haar begrenzende witte hersenmassa ligt en eerst weer tegen den ventriculus lateralis aangrenst (fig. 611 V. L.), als de zich geleidelijk verder lateraal-waarts uitbreidende ventrikel wordt

geraakt.

De cauda wordt aan het occipitale einde nog vergezeld van en dorsaal begrensd door de substantia grisea centralis (fig. 611 s. gris. centr.). Naarmate men meer frontaal-waarts komt, wordt deze echter vervangen door een vrij dichte, uit verspreide bundels van overlangs getroffen vezels opgebouwde vezellaag, welke in de substantia grisea centialis is ingebed. Met elkander vormen die vezels le den fasciculus longitudinalis inferior of den fasciculus fronto-occipitalis (zie fig. 611) en 2e het stratum subcallosum.

Substantia grisea centralis, stratum subcallosum en fasciculus fronto-

Sluiten