Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

occipitalis liggen tusschen den dorsalen rand der cauda nuclei caudati en den balk. Ook deze wordt weder als een de kamer bedekkende laag aangesneden (fig. 611 corp. callosum), zoodra de kamer zelf in het occipitale gedeelte wordt geraakt. De snede valt ver genoeg lateraal om de fornixzuilen of de fimbria fornicis niet te raken. Maar in het frontale gedeelte der doorsnede worden steeds tusschen den balk en de cauda, de substantia grisea centralis en de daarin geplaatste vezelbundels gevonden.

De thalamus, ofschoon hij niet volledig is geteekend, breidt zich veel verder in occipitale richting uit dan de lenskern, hij wordt door de overlangs getroffen taenia terminalis bedekt. De taenia thalami wordt uit den aard in deze lateraal vallende snede niet gevonden en van het tuberculum anticum valt evenmin iets in de teekening.

Daarentegen worden andere thalamus-kernen, omgeven door den nucleus reticularis (fig. 611 n. ret. th.) en daardoor gescheiden van de capsula interna, wel door de snede getroffen, bijv. een groot stuk van den nucleus lateralis thalami (fig. 611 n. lat. th.), een kleiner stuk van den nucleus ventralis (fig. 611 n. ve. th.) en een zeer klein stuk van den nucleus medialis thalami. Het pulvinar thalami ligt aan de occipitale thalamus-pool. De beteekenis van zulke sagittale sneden voor het overzicht van de beide bestanddeelen van het striatum is echter zeer groot. Nucleus caudatus en lenskern zijn ook hier gescheiden door het voorste been der capsula interna (fig. 611 crus anticum). Het achterste been dezer capsula (fig. 611 crus posterior) dat, naar achteren toe, overgaat in den pedunculus cerebri, scheidt in deze snede het pallidum (fig. 611 n. pallidus) van den thalamus.

In den nucleus pallidus onderscheidt men weer de drie mergstrepen, die hem in drie geledingen verdeelen. De drie mergstrepen loopen echter uit in een mergstrook, die langs de basale grens van den globus pallidus loopt, de ansa lenticularis (fig. 611 ansa le.), en als een lus om zijn basalen rand, tevens de basale grenslijn van den nucleus pallidus vormt. Deze le.nske.mlus wordt in de substantia innominata vergezeld van den grootcelligen nucleus basilaris (fig. 611 n. bas.) of nucleus ansae lenticularis zooals Meynert of nucleus hypolenticularis zooals de Leipziger school met Oscar en Cécile Vogt deze kern hebben genoemd.

Verder lateraal wordt de basale grenslijn overgenomen door den dwarsgetroffen vezelbundel, die het massieve stuk der commissura anterior cerebri vormt (fig. 611 c. ant.), dat naar de slaapkwab gaat. Hier ter plaatse is deze commissura nog niet naar de slaapkwab afgebogen en sluit het putamen met haar basalen rand nog tegen de laterale reukhersenen aan. Men herkent de stria olfactoria lateralis langs de laterale reukwinding.

Van de drie geledingen van den globus pallidus sluit het binnenste lid, P3, aan den pes pedunculi en gaat daarin over door een reeks, wel vezelrijke maar toch grijze, celrijke strooken der lamina limitans die men in het laterale gedeelte ervan vindt.

Evenals de horizontale sneden ons van de lenskern de laterale begrenzing

Sluiten