Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbindt deze twee kernen door de capsula interna heen. Maar bovendien zijn er een groot aantal smalle grijze strooken, die de beide kernen tusschen de vezels der capsula interna heen verbinden. Het ventrale deel ervan voert hemispheer-vezels en is donker gekleurd, het dorsale is licht gekleurd met enkele donkere velden daartusschen in en voert meerendeels striatum-vezels, d. w. z. vezels uit den nucleus caudatus en het putamen.

Het meer mediale gedeelte der capsula interna, tusschen den n. pallidus en het diëncephalon geplaatst, maakt een geheel anderen indruk dan het laterale gedeelte. Het is een massief veld, niet langer door grijze verbindingsstrooken onderbroken. Het donkere ventrale veld, naar mijn meening, voortgekomen uit hemispheer-vezels, wordt evenwel versterkt door een groot aantal lichte vezels, die uit P3 van den nucleus pallidus voortkomen, en in de lamina pallidi limitans tegen het donkere veld der hemispherenvezels plaats nemen. Men ziet in deze snede hoe dit veld zich uit de stria medullaris profunda opbouwt.

De striae medullares zenden dan ook volstrekt niet alleen haar vezels naar de ansa lenticularis.

Een deel dezer vezels gaat dwars door den mediaalsten bundel van den hersensteel heen. Een ander deel der vezels gaat door de ansa heen in den pedunculus thalami inferior (fig. 616 p. th. inf.), die overigens ook door talrijke vezels van de regio innominata wordt gevoed. Een derde deel der vezels gaat ook buiten de ansa om langs den medialen rand der capsula in het dorsaal van de capsula gelegen veld van P3. Aldus hangt dit veld samen met het dorsaal van het ventrale donkere massieve veld gelegen, dorsale, eveneens massieve, lichte vezelveld, dat op den thalamus rust.

Uit fig. 616 ervaren wij dus, dat het mediale veld der capsula interna g' leidelijk een andere beteekenis krijgt dan het laterale veld er van. Beide afdeelingen vertoonen een groot verschil in structuur.

De nucleus pallidus voert aan de capsula interna een eigen vezelveld toe, dat daarin een zeer mediale maar ook een dorsale plaats inneemt. Dit vezelstelsel heeft een eigen beteekenis. Het vormt verbindingen met den nucleus subthalamicus en met de substantia nigra. Somwijlen slaat dit stelsel den weg in van een verdwaalden bundel en als zoodanig werd dit stelsel in Deel IV fig. 596 beschreven.

Vervolgen wij thans onze beschrijving van transversale doorsneden door de bespreking van fig. 617. In die figuur is een teekening afgebeeld van een snede, ontleend aan dezelfde reeks als de daaraan voorafgaande figuren waren. Zij treft de stamganglia ter plaatse, waar voor de eerste maal de thalamus diëncephali (fig. 617 thalamus) wordt getroffen, door haar verst frontaal ïeikende kernen, en waar tevens de 3de ventrikel geheel is gesloten.

De derde ventrikel (fig. 617 V. III.) doet zich hier voor als een spleet, die dorsaal bedekt is door een eigen ependymwand, die haar begrenst tegen de vaatrijke pia-mater-plooi, die ver tusschen hemispheer en diëncephalon doordringt en hen van elkander scheidt. Uit dien wand ontspringt beiderzijds

Sluiten