Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan de vorige teekeningen en in fig. 619 het corpus mammillare te behandelen.

Dan moge er aan herinnerd worden, dat reeds vroeger bij de bespreking der reukhersenen van zoogdieren (Deel I, p. 10—25), opmerkzaam is gemaakt op het welbekende experiment van von Gudden. Dit leerde, dat als de A m m o n shoorn met de fimbria fornicis bij konijn of kat wordt weggenomen, de fornixzuil tenietgaat en met haar de klein-cellige laterale kern van het corpus mammillare, maar dat de mediale kern van dit ganglion, waaruit de bundel van V i c q d'A z y r ontspringt, onder die omstandigheden ongedeerd blijft. In deel I, fig. 12, p. 24 is dit experiment in teekening gebracht. Bovendien werd daar al gewezen op het vezelpraeparaat en het celpraeparaat naast elkander van het menschelijk corpus mammillare in Deel I, fig. 17, p. 33, naar welke teekening wij hier verwijzen. In fig. 619 zien wij, hoe ook bij den mensch het corpus mammillare uit minstens twee onderscheiden kernen bestaat (fig. 619 links, n. med. en n. later. corp. mammillare). De neerdalende fornixzuil straalt (fig. 619 links) in de laterale klein-cellige kern binnen en omvat met haar vezels de laterale zijde van het corpus mammillare. Deze klein-cellige laterale kern neemt snel in omvang toe en rechts ziet men, dat, terwijl de fornixzuil voortgaat met daarin uit te stralen en het corpus mammillare lateraal blijft omhullen, die kern zich sterk heeft vergroot en de geheele basale vlakte van het ganglion inneemt.

De mediale kern (fig. 619 n. med. c. m.) wordt dientengevolge naar de dorsale middellijn van het corpus mammillare gedrongen en uit die kern met ietwat grooter cellen dan in de laterale kern worden aangetroffen (Deel I, fig. 17) ontspringt van de mediale en dorsale vlakte de bundel van V i c q d'A z y r (fig. 619 f. V. d'Az.).

Schijnbaar gaat de fornixzuil en de bundel van V i c q d'A z y r langs het corpus mammillare in elkander over, in werkelijkheid is hun scheiding een absolute.

De twee andere bundels, die bij konijn en kat duidelijk zijn, zijn bij menschen klein. De bundel van von Gudden of de fasciculus ad tegmentum (fig. 619 f. ad. tegm.) gaat naar het tegmentum en ontspringt daar uit de kern van von Gudden om naar het mediale ganglion te gaan.

De pedunculus mammillaris (fig. 619 links. ped. mam.) ontspringt uit de grootcellige laterale kern van het corpus mammillare. Deze kern ligt echter bij den mensch lateraal van het corpus mammillare in de pars intermedia.

De neerdalende fornixzuil en de bundel van V i c q d'A z y r, die tot nu toe steeds in de transversale sneden werden gevonden, lossen zich op in het corpus mammillare en behoudens een kleine rest der fornixvezels, welke in de commissura post-mammillaris kruist, maken zij caudaal van het corpus mammillare geen deel meer uit van de transversale doorsneden.

Behalve deze is er nog een andere bijzonderheid, die in fig. 619 de aandacht trekt, namelijk de zeer snelle, omvangrijke vergrooting, welke in de weinige sneden, die tusschen fig. 618 enfig. 619 inliggen, door den menschelijken hypothalamus wordt bereikt.

Sluiten