Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De laatste vezels uit E d i n g e r's kamsysteem zijn nog zichtbaar. Zij gaan uit de grijze strooken van P3, die nog altijd de dwars-doorsneden dezer dikke vezels bevatten, over in den bundel li2 van F o r e 1.

In fig. 621 hebben wij het doorbreken der vezels van de ventrale af deeling der capsula interna gezien, zoodanig, dat zij, na door de strooken van P3 te zijn heengegaan, in de mediale afdeeling van den hersensteel zijn gekomen.

De onderlinge plaatsing dezer vezels is onveranderd gebleven, de laag donkere vezels blijft de ventrale steellaag opbouwen en de lichtere dorsale laag gaat zeer geleidelijk, zonder dat men een grenslijn kan aanleggen, over in het stratum intermedium der substantia nigra.

Maar die ventrale afdeeling, welke reeds in fig. 615 was zichtbaar geworden, is uit de frontale afdeelingen der hersenen voortgekomen. De donkere vezels waren deels uit den pedunculus coronae radiatae, deels uit de balkvezels der frontale hersenschors ontstaan, de lichtere vezels uit de substantia grisea centralis, het striatum en de frontale opercula. Al deze vezels liggen, in fig. 622, in de mediale afdeeling van den hersensteel.

Hetzelfde spel van doorbreking dwars door de grijze strooken van P3 speelt zich in fig. 622 op nieuw af. Maar thans is het de dorsale afdeeling der capsula interna, zooals zij zich in fig. 618 voordeed, die haar vezels door P3 heenzendt, om de middelste partij der steelvezels te gaan vormen. Deze vezels zijn uit de wandkwab afkomstig. Zij gedragen zich juist als de vezels uit de frontale hersenen het in fig. 621 hebben gedaan. Ook deze vezels behouden hare onderlinge plaats, de donker gekleurde vezels ventraal, de lichter gekleurde dorsaal.

Geleidelijk gaat op deze wijze de hersensteel zich opbouwen uit de capsula interna, zoodat al de vezels der laatstgenoemde door P3 heengaan. Maar de grijze strooken van P3 blijven altijd door een scherpe grenslijn (fig. 622 bij x.x.) gescheiden van die uit de substantia nigra, welke tengevolge van haar toeneming in grootte, de grijze strooken in latero-dorsale richting op zijde drukt.

De nucleus caudatus blijft tweemaal getroffen. Eens in het middenstuk van den ventriculus lateralis, eens in den onderhoorn ervan. Men vindt die kern in beide doorsneden vergezeld van den fronto-occipitalen bundel (fig. 622 f. fr. occ.), die haar van de substantia grisea (fig. 622 s. gr. ce.) scheidt.

Zoowel de onderhoorn wordt door de fimbria fornicis (fig. 622 fi. fo.) gesloten, als het middenstuk van den ventrikel door de fimbria van den neerdalenden fornixzuil (fig. 622f.de.) gesloten wordt. Van den fornix uit, ontspringt de tela chorioidea (fig. 622 tela V. lat.) voor den lateralen ventrikel. Naarmate echter het striatum kleiner wordt, neemt het thalamus-aandeel van het diëncephalon in grootte toe, en in fig. 622 heeft de thalamus nagenoeg zijn grootsten omvang bereikt.

Met dien der andere zijde hangt de thalamus door de commissura grisea media cerebri (fig. 622 c. gr. me. ce.) samen. Men herkent in den thalamus meerdere kernen, die door den nucleus reticularis thalami (fig. 622 n. ret. th. gedragen en van de capsula interna worden afgescheiden. Zij zijn geschikt rondom het centre médian van Luys (fig. 622 c. me.), dat met den nucleus

Sluiten