Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is echter nog een derde groeve in fig. 629 zichtbaar. Zij is met de letter y aangeduid. Zij scheidt de laterale af deeling van het striatum af van het pallium. Prof. B o k meent, opgrond van de verschillen in richting, die de axonen der zenuwcellen inslaan, welke aan weerszijden dezer groeve zijn gelegen, dat ook deze groeve een rol zou kunnen spelen bij de scheiding tusschen alaire en basale platen. Ware dit inderdaad het geval, dan zou zelfs het geheele striatum, d. w. z. de beide knobbels, die dit ganglion in eersten aanleg vertoont, niet tot de vleugelplaat gerekend moeten worden. Men zou moeten aannemen, dat het striatum in zijn geheel in de basale plaat ontstond.

Tegenover al deze verschillende mogelijkheden, die tot allerlei in wezen tegengestelde uitkomsten leiden, schijnt het mij dus wel verstandig den sulcus limitans in het diëncephalon en telencephalon als een grenslijn tusschen het effectorisch en receptorisch zenuwstelsel te laten vervallen en hem te laten eindigen, daar waar zijn natuurlijk einde is, in het mesencephalon1).

Wil men beproeven de scheiding tusschen basale en vleugelplaat in de beide voorste hersenblaasjes door te voeren, dan zal men naar andere criteria moeten omzien. Zulke criteria zijn er inderdaad.

Prof. Bok heeft er bij het ruggemerg opmerkzaam op gemaakt, dat de vleugelplaten daar secundair met elkander verbonden zijn, omdat bij de sluiting der neurale groeve, de neurale wallen links en rechts met elkaar vergroeien. Daarentegen hebben de linker en rechter grondplaat steeds in de middellijn met elkander samengehangen, ook vóór de instulping der neurale groeve, toen zij het dekkende ectoderm (H i s' bodemplaat) dezer groeve vormden.

Bok drukte dit uit in de stelling: de basale plaat is primair continu.

Past men dit kenmerk toe op het telencephalon, dan ziet men in fig. 629 No. 7 dat de lamina terminalis met de daaronder liggende commissura cerebri anterior den indruk van een primaire continuiteit maakt, evenals in No. 8 en No. 9 de basis van het diëncephalon dit doet. Neemt men de primaire continuiteit als criterium, dan bestaat zoowel in het telencephalon als in het diëncephalon een basale plaat. Daaraan kan, ook om andere redenen, moeilijk worden getwijfeld. Beproeft men echter met behidp der drie beschreven groeven te bepalen, hoe de alaire plaat aan de basale plaat sluit, dan bereikt men zijn doel alleen, als men zijn fantaisie den vrijen teugel laat.

Men kan met evenveel recht alle drie groeven voor de scheiding van vleugel- en basaalplaten gebruiken als geen van drieën.

Samenhang tusschen de drie groeven en den sulcus limitans in het mesencephalon heb ik, die toch ook vrij veel foetaal materiaal heb gezien, nooit kunnen vaststellen.

Maar er bestaat een andere mogelijkheid, die men wellicht voor de scheiding tusschen de alaire en de basale platen zou kunnen gebruiken.

Tot nu toe hebben de met vocht gevulde holten in den aanleg van het

') Ook anderen hebben die meening verdedigd, bijv. Kuhlenbeck.

Sluiten