Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en diëncephalon. Overzichtelij kei' echter is dit reeds gebleken door de figuren, die in fig. 629 zijn afgebeeld.

Men kan echter in deze sneden niet vaststellen, dat al wat zich uit die twee knobbels gaat ontwikkelen, scherp onderscheiden deelen moeten zijn. Integendeel uit beide komt thans reeds de onderliggende celmassa voort, die zich tot striatum zal ontwikkelen. Het eerst ziet men dan het putamen nuclei lentiformis ontstaan. De nucleus caudatus ontstaat, daarin deel ik volkomen K o d a m a's meening, eerst veel later.

Van den aanleg voor den nucleus caudatus is zelfs bij den foetus van 38 m.M. lengte nog nauwelijks iets te zien. Een nog weinig gedifferentieerde celmassa aan den binnenkant van de beide knobbels vormt dan den aanleg van het striatum, ofschoon op dat oogenblik al een capsula externa scherp is afgeteekend, de lenskern in haar beide onderdeelen is aangelegd en de capsula interna reeds duidelijk te onderscheiden is.

Eerst bij den menschelijken foetus van 50—55 m.M. lengte kan men, maar nog alleen als men dat gaarne wil, de plaats aanwijzen, waar de nucleus caudatus zich gaat ontwikkelen. Toch bestaat die aanleg ook daar nog alleen uit een vrij dichte, niet gedifferentieerde celmassa, die wat lichter is getint dan de dichte celmassa der knobbels en vlak daaronder is gelegen. Maar van den kop van den nucleus caudatus is'nog geen spoor te zien (fig. 632 A. n. caud.), terwijl op dit oogenblik de nucleus lentiformis in alle opzichten een herkenbaar met de volwassen kern te identificeeren orgaan is geworden (zie fig. 632 B).

Door twee, de hersenen horizontaal treffende sneden wordt in fig. 632 A en B een voorstelling gegeven van den stand der hersenontwikkeling op den leeftijd van 50—55 m.M. foetus-lengte.

Door de eerste, fig. 632 A, zijn de beide voorste hersenblaasjes vrij hoog getroffen, daar waar de aanleg van het striatum dien van het diëncephalon dicht genaderd is. De sulcus M onroi wordt door zijn bodem overlangs getroffen, tot daar waar de stria terminalis (de lamina terminalis is niet geraakt) eindigt en de tela chorioidea uitzendt in het occipitale deel van den zijventrikel.

De schorsaanleg dezer hersenen is veel verder gegaan sedert fig. 631. de teekening der schors van den foetus van 27 m.M. lengte.

Een dichte cellaag, tegen de celarme laag onder de pia mater, vormt thans de schors. Daaronder is de aanleg der corona radiata met den moederbodem van cellen tegen het ependym aan.

In de streek der latere insula schijnt de schors minder ver ontwikkeld dan elders. Toch schijnt zij meer samengesteld, omdat zich tusschen de scherp afgeteekende capsula externa het begin van den aanleg van het claustrum heeft ontwikkeld.

Men herkent in deze snede weder de beide knobbels van den aanleg voor het striatum. Hier zijn zij echter horizontaal aangesneden. De sulcus Monr o i wordt overlangs door zijn bodem geraakt. De groeve, die het pallium van de knobbels afscheidt (fig. 632 A. y), wordt tweemaal geraakt in den voor-

Sluiten