Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zich tot ver in occipitale richting vooruit heeft geschoven. Zij wordt van de hersenschors afgescheiden door een smalle, zich in frontale richting uitstrekkende mergstreep, die men een capsula externa zou kunnen noemen, zooals men later zal zien. De kern bevat tevens een deel van den nucleus lentiformis, mediaal waarvan de bij het konijn kleine nucleus amygdalae wordt gevonden.

In fig. 645 B (No. 167 der serie) ziet men de hersenbasis getroffen op het oogenblik, dat de hersenstelen den pons V a r o 1 i verlaten, om deel te gaan uitmaken van de hemispheer waarin zij overgaan. Het blijkt daaruit dat ook de pes pedunculi door de verwonding ongedeerd is gebleven. Wel is hij aan de linker geopereerde zijde iets kleiner dan rechts, maar flinke, door W e i g e r t's methode intensief gekleurde vezels gaan in de hemispheer over. Neemt men in aanmerking, dat de snede de rechter hemispheer hier bovendien in iets meer dorsaal niveau doorsnijdt dan de linker, dan zal men toegeven, dat er nauwlijks eenige pathologische afwijking in de basis van den pedunculus cerebri aanwezig is.

Het voorste gedeelte dezer teekening wordt ingenomen door het rhinencephalon. Men onderscheidt den lobus olfactorius mediahs met den overlangs getroffen ventriculus olfactorius en meer caudaal-waarts ziet men daarin de kerngroepen van het snuffelorgaan van E d i n g e r. Voorts ziet men den lobus olfactorius lateralis, die den tractus olfactorius lateralis (links en rechts getroffen) draagt en daarachter den gyrus piriformis, die door een groeve van het eigenlijke pallium is afgescheiden en dus tegen het optische schorsgebied grenst.

Ook in deze snede ontmoeten wij weder het in occipitale richting voortgeschoven stuk van het striatum (fig. 645 B. Am.), dat aan de geopereerde zijde kleiner is dan aan de rechter. Men ziet verder, dat uit het rhinencephalon zich vezelstralingen ter weerskanten van den ventriculus olfactorius losmaken, die ver in caudale richting loopen, deels in het tegmentum pedunculi, deels ook in deze occipitale striatum-kern overgaan. De geheel ventraal geplaatste amandelkern is nauwlijks meer geraakt. In deze snede wordt de verwijding van den lateralen ventrikel, bepaaldelijk van zijn onderhoorn, zeer duidelijk.

Ook de Ammonshoorn is getroffen. Hij is belangrijk verkleind evenals de fimbria fornicis, die hij draagt. Eveneens is dit het geval met de dwarsgetroffen columna fornicis descendens en den bundel van V i e q d'A z y r.

In fig. 646 C (No. 211 der serie) is de eerste horizontale snede afgebeeld, waarin men kennis maakt met de onmiddellijke gevolgen der toegebrachte verwonding. Bij de zwarte streep x, tegen de basis van het corpus geniculatum mediale aan, heeft het mesje den hersensteel geraakt. Dit was echter eerst mogelijk nadat dé mediale vlakte van het subiculum cornu Ammonis was afgesneden, en de laterale onderhoorn geopend was. Men ziet hoezeer deze hoorn in belangrijke mate verwijd is.

Al in deze snede neemt men waar, dat een streep van ontaarde vezels, door W e i g e r t's methode ongekleurd gebleven, opdringt naar de plaats waar de straling van den pes pedunculi in de capsula interna overgaat. Deze bundel

Sluiten