Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de afsnijding van het striatum van het caudale zenuwstelsel atrophieert dus het ventrale veld in den tractus centralis tegmenti. Deze atrophie kan regelmatig worden gevolgd in den lateralen mantel van de onderste olijfkern, in welker laterale windingen vezels verdwijnen en de kleine cellen tenietgaan, ofschoon de hoofdcellen onveranderd blijven.

Omgekeerd gaan na de exstirpatie van het cerebellum de hoofdcellen teniet en worden de kleine cellen grooter. Beide feiten wijzen er op dat de kleine cellen der onderste olijfkern de oorsprongscellen zijn voor den bundel, die door het ventrale veld van den tractus centralis tegmenti omhoog gaat naar het striatum.

Fig. 660 B is een teekening, ontleend aan de doorsnede eener olijf van een aap, die 15 maanden zonder cerebellum heeft geleefd. Vergelijkt men haar met de teekening in fig. 660 A van de laterale poolwinding van een normalen aap (beiden Macacus rhesus), dan ziet men dat alle groote cellen in fig. 660 B zijn verdwenen.

Maar dat wil niet zeggen, dat de olijfkern dientengevolge celloos is geworden. Oogenschijnlijk is de rijkdom aan kleine cellen eer grooter dan kleiner geworden. Het schijnt dat tengevolge der cerebellum-verwijdering vele kleine cellen vergroot zijn, tenminste er komen vrij veel grootere cellen te voorschijn dan de kleine, nu de hoofdcellen verdwenen zijn.

Eigenlijk doen zich twee mogelijkheden voor. Of de cellen, die grooter dan de kleine cellen zijn, zijn zeer verkleinde hoofdcellen, of wel zij zijn vergroot geworden kleine cellen der olijf.

Wat de eerste mogelijkheid betreft, zoo zou men zich kunnen denken, dat de axon der hoofdcel, eer hij den hilus bereikte, een collateraal naar den olijfmantel afgeeft. De door axipetale degeneratie beschadigde hoofdcel behoefde dan na cerebellum-exstirpatie niet volkomen te verdwijnen, maar zij kon zich van den onbeschadigden collateralen axon uit, gedeeltelijk herstellen.

Naast de reticulo striatale baan bestaat er dus ook een olivo-stricttcilehcitiïi.

Wij kunnen thans na de voorafgaande beschrijvingen de naar het striatum toevoerende wegen gemakkelijk in een schema vereenigen. In fig. 661 is dit geschied. Een reeks doorsneden van het eerste halssegment, van de medulla oblongata, van de V a r o 1's-brug, van den hersensteel en van de stamgangliën zijn boven elkander geteekend. De eenige schematiseering daarin is, dat de bundels hj en h2 van F o r e 1 in een doorsnede zijn getrokken. Men ziet dan twee groote systemen naar de caudale afdeeling van het striatum gaan.

A. Het systeem, dat uit een aantal der tot nog toe onbegrepen groote cellen uit de formatio reticularis tegmenti zijn oorsprong neemt, is met een massieve roode lijn aangegeven en met den naam van den tractus reticulostriatalis aangeduid.

In het hooge halsmerg ontspringt dit systeem al, want de groote cellen verdwijnen al in de formatio reticularis medulla, tot vrij ver in het halsmerg.

Sluiten