Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bouw van dit stuk der lenskern is gekenmerkt door een scherpe tegenstelling van den grootcelligen nucleus pallidus en het kleincellige putamen. Dit achterste gedeelte vooral speelt in verband met de verbindingen die het maakt, ongetwijfeld een rol voor de regeling van den tonus der spieren.

2. Het meer frontaal gelegen stuk van het occipitale gedeelte van het striatum.

Dit gedeelte bestaat niet langer alleen uit een lenskern, maar ook uit

het occipitale gedeelte van den nucleus caudatus.

Voor zoover het de lenskern betreft, is dit het stuk, hetwelk lateraal begrensd wordt door de vereenigde capsulae externae, namelijk die welke uit de corona radiata vergezeld van het claustrum in occipitale richting loopt naar het rhinencephale stuk der commissura anterior en die welke in frontale richting loopt naar het temporale gedeelte dezer commissuur (fig. 646 rechts).

Tusschen deze capsula externa en de capsula interna vindt men de lenskern, die duidelijk in een putamen en in een door een stria medullaris externa daarvan afgescheiden, grootcellig pallidum uiteenvalt (fig. 662).

Scherp is de scheiding niet tusschen het eerste, meest occipitale gedeelte en het hier bedoelde meer frontale gedeelte van het occipitale stuk. Geleidelijk (fig. 655 rechts) vindt zij plaats en aldus geeft het nog aan den aan- en uitvoerweg door het kamsysteem vezels af, maar naarmate de beide afdeelingen der commissura elkander naderen, wordt de aan- en uitvoerweg gevonden in den pedunculus inferior thalami, waarmee dan tevens in het binnenlid van het putamen een machtige stria medullaris limitans gevormd wordt (fig. 662).

Van den nucleus caudatus valt alleen te zeggen, dat hij hier nog niet met het putamen der lenskern samenhangt.

3. Tegenover de beide hier beschreven gedeelten van het striatum staat dan de frontale afdeeling ervan. Dit gedeelte omvat den kop van den nucleus caudatus, die met het putamen door het voorste been der capsula interna heen verbonden is.

De nucleus pallidus, die hier door het machtige vezelmassief der stria medullaris limitans zeer groot is, begint tusschen deze vezels in stevige grijze strooken te vormen. Deze strooken dringen tusschen de vezels der capsula interna in en bevatten cellen, die minder groot zijn dan voorheen.

Het putamen, nu van de schors afgescheiden door de capsula externa van het claustrum vergezeld, is niet meer door een lamina medullaris externa tegen den nucleus pallidus begrensd. Kortom de bouw van dit frontale stuk is geheel anders dan te voren.

Of dit frontale striatum-stuk een eigen aan- en uitvoerweg bezit, blijkt niet duidelijk. Het eenige wat men kan zeggen, is, dat de vezels van den nucleus pallidus nu equivalent schijnen te zijn aan de vezels van het voorste been der capsula interna en verdwijnen als het rhinencephalon of een gedeelte van de frontale afdeeling der hemispheer wordt weggenomen.

Deze experimenten, bij konijnen verricht, toonen ons aan, dat, overeen-

MH

Sluiten