Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De windingen zijn breed. Daarin liggen de groote cellen, de hoofdcellen, in een zestal rijen verspreid en tusschen die hoofdcellen zijn een groot aantal kleine cellen verspreid.

In fig. 669 B, de afbeelding van hetzelfde gedeelte der hoofdkern, gelijkzijdig aan den haard, leert iets geheel anders.

De eigen olijfmantel (fig. 669 B amiculum olivae), hier niet door de pyramide bedekt, is veel smaller dan die der rechter zijde. De windingen van de olijf zijn veel smaller en doen zich ook voor het bloote oog als zoodanig voor. Die windings-atrophie berust in de eerste plaats op verdwijnen van tusschenstof, maar tevens op het teniet gaan van talrijke kleine cellen, die aan de normale zijde in groepjes bijeen liggen. Bovendien zijn de hoofdcellen iets kleiner dan aan de normale zijde.

Kortom er is een opvallende overeenkomst in het celverlies, dat bij konijnen wordt waargenomen na doorsnijding van den hypothalamus tusschen roode kern en striatum en de gevolgen van de vernieling van het striatum door een haard bij den mensch.

Toch moet er in verband met de atropliie der striaire systemen in het veld ter hoogte van de kern van den N. oculomotorius nog op een belangrijk feit worden gewezen. Het heeft betrekking op de hoeveelheid der atrophie van deze velden bij den mensch en het zou beteekenis kunnen krijgen voor het begrijpen van de striaire systemen.

Wanneer men de teekening, die in fig. 667 is afgebeeld, beziet, blijkt het duidelijk, dat, al bestaat er een belangrijke atrophie van vezelbundels in deze velden, toch ook een groot aantal vezels in dit veld ongedeerd zijn gebleven. Naar mijn meening kunnen de behouden vezels niet van het striatum afhangen. Zij moeten uit andere kernen daarin zijn gekomen, bijv. in verband staan met de roode kern, met mesencephalon of met den nucleus praebigeminalis (zie volgend hoofdstuk) van den thalamus.

Wel mag, in verband met de zeer vroegtijdige merg-ontwikkeling in het kamsysteem, worden aangenomen, dat de te gronde gaande striatumvezels daarin al van een vroeg jeugd-tijdperk af merghoudend zijn.

Dit is ook inderdaad het geval. Bij een kind in het eerste levensjaar zijn de striaire vezels in het veld ter hoogte van de kern der 3de hersenzenuw merghoudend. In fig. 670 B bijv. is dit veld geteekend bij een kind van één jaar. Het heeft daar een zekere grootte en bestaat uit vezels van waarschijnlijk zeer verschillende herkomst. Terzelfder tijd is echter bij zulk een kind in het eerste levensjaar de tractus centralis tegmenti, bijv. ter hoogte van de naar buiten gaande vezels der 6e en 7e motorische wortels, nog volstrekt niet de massieve merghoudende bundel, die hij bij den volwassene is.

Het veld, dat ter hoogte van de oculomotorius-kern de striaire systemen bevat, vergroot zich nog belangrijk, eer de leeftijd van den volwassene is bereikt.

Onderzoekt men echter dit veld in de hersenen van een lijder aan cliorea van Huntington, bij wien beiderzijds het striatum en bepaaldelijk de

Sluiten