Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrensd door den pedunculus inferior thalami, die er in uitstraalt en zij buigt zich zelfs nog een eindweegs ventraal om de stria medullaris dorsalis thalami heen.

Juist op het grensgebied dezer twee kernstukken ziet men tegen de stria aan, een aaneengesloten veld van dwarsdoorsneden vezelbundels, welke de uitdrukking zijn van den in een waaiervorm uitstralenden bundel van V i c q d'A z y r, hier in het meest frontale gedeelte getroffen. Bovendien komt van de basale vlakte uit, de pedunculus inferior thalami hier naar deze kernen toe.

De beide kernstukken vormen den nucleus anterior thalami (a), den nucleus parvo-cellularis anterior, of de hoofdkern van het tuberculum anterius, die dus ventraal, door de stria medullaris dorsalis thalami, tegen de nuclei reticulares en ventrales begrensd wordt en dorsaal, tegen de bijkern van het tuberculum anterius door den dorsalen bundel, die een directe voortzetting der dorsale thalamus-straling is.

Maar deze dorsale bundel verlaat, aanvankelijk nog uit overlangsche vezels bestaande, de zonale thalamus-vezels, die meer dorsaal-waarts afwijken, en slaat eveneens de richting naar de taenia thalami in, die hij ook bereikt. Daarheen begeven zich ook de meerendeels dwars getroffen fibrae zonales thalami, die ook in boogvorm loopen, maar dorsaal zijn gelegen.

Omsloten door twee bogen, de voortzetting der dorsale thalamus-straling en de bundel van zonale vezels, vindt men dus een andere kern, die de gedaante heeft van een sikkel en de hoofdkern dorso-mediaal omvat.

Deze kern is de bijkern van het tuberculum anterius (fig. 672. b.), de nucleus anterior thalami (b), of de nucleus magnocellularis anterior.

d'H ollander geeft aan deze kern den naam van nucleus parataenialis externa en stelt haar tegenover de kern, die men aan de mediale zijde van de taenia vindt (fig. 672. d.), welke hij als nucleus parataenialis interna onderscheidt.

Deze onderscheiding kan ik niet overnemen. Zoowel de grootcellige bouw der bijkern, als het gedrag der kern tegenover beleedigingen van het rhinencephalon staan niet toe deze kern te vergelijken met die, welke aan den binnenkant der taenia thalami gevonden wordt en die tot de substantia grisea centralis gerekend moet worden. Het gebied der thalamus-kernen is al samengesteld genoeg en behoeft niet noodeloos nog samengestelder te worden gemaakt, dan het al is.

Volgt men dan celpraeparaten uit een reeks transversale doorsneden door de hersenen van een konijn, van frontale in occipitale richting, dan ziet men vrij plotseling aan het frontale einde van het diëncephalon de beide kernen, die het tuberculum anterius samenstellen, gewoonlijk gelijktijdig verschijnen. De hier geteekende snede (fig. 673) ligt nog iets meer frontaal dan de vorige (fig. 672).

Men neemt de hoofdkern (fig. 673. n. ant. th. (a)), waar, nog voordat, als gevolg van het instralen van den bundel van V i c q d'A z y r, het ventromediale stuk ervan is afgesneden.

Sluiten