Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bundels, waarin deze bundel zich splitst. Het tuberculum anterius ontvangt dus vezels uit liet pallium.

Hij onderscheidt dan transjerente vezels, die bijv. dwars door de hoofdkern heengaan en terminale vezels, als zij er in eindigen.

Uit de dorsale thalamus-straling gaan naar beide kernen terminale vezels heen. Bovendien gaan, dwars door de hoofdkern heen, transferente vezels.

Maar niet alleen door dezen bundel van dorsale thalamus-vezels krijgt het tuberculum anterius vezelaanvoer. Het ontvangt er ook door den nucleus reticularis heen en langs de stria medullaris ventralis thalami, waarop wij later terugkomen. Bij het konijn komt echter de bundel, dien wij als de dorsale thalamus-straling beschreven, in de eerste plaats uit den lobus piriformis.

Het tuberculum anterius gedraagt zich evenwel op zeer bijzondere wijze tegenover bepaalde experimenteele beleedigingen van het rhinencephalon. Algemeene overwegingen wekken het vermoeden, dat het voor een groot deel met het rhinencephalon te maken heeft. Wij weten dit in de eerste plaats door het onderzoek van zoogenaamde arhinencephale hersenen. W a 11 h e r Riese vond bij een kind van jaar oud, waarbij het olfactorische stelsel geheel ontbrak, naast het gemis van bulbus, tractus en gyrus olfactorius, septum pellucidum enz., tevens de volkomen afwezigheid van het tuberculum anterius, evenals die van den bundel van Vicq d'Azyr.

Aan hersenen van cetacaeën, zoogdieren die in het water leven en waar het rhinencephalon in het foetale leven wordt aangelegd (Walther Riese), maar waar desondanks door de levensomstandigheden, de bulbus, tractus en gyri olfactorii later volkomen afwezig zijn, demonstreerde Prof. J e 1gersma mij onlangs, dat zij van het tuberculum anterius thalami geen spoor meer bezitten, evenmin als van den bundel van Vicq d' A z y r.

Ook bij de arhinencephale cyclopen-hersenen kan, wanneer er tenminste geen reukwindingen zijn, wat somwijlen wel het geval is, het tuberculum anterius ontbreken.

In overeenstemming daarmede zijn ook de experimenteele resultaten, die men bij het konijn gemakkelijk kan verkrijgen door reeds betrekkelijk geringe beschadiging van het rhinencephalon.

Wanneer men bij het konijn de kleine operatie verricht, die noodig is om den tractus olfactorius lateralis te klieven, dan ziet men al een duidelijke atrophie ontstaan in het gelijkzijdig tuberculum anterius thalami.

In fig. 674 A zijn twee teekeningen afgebeeld, genomen naar een foto van konijnenhersenen, in welke eenige maanden vóór den dood, de tractus olfactorius lateralis aan de rechter zijde, vlak achter den bul bus olfactorius is gekliefd. Dientengevolge is die bundel rechts dan ook volkomen verdwenen, terwijl hij aan de linker zijde als een flinke bundel kan herkend worden.

Tengevolge dezer operatie is echter ook een deel der reukwinding beschadigd en daarmee (vergelijk fig. 8 en fig. 9, Deel I, pag. 15) een partieele atrophie in het voorste been der capsula interna en naar het voorste deel van het striatum tot stand gekomen.

Sluiten