Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar eveneens wordt deze kern door de radiatio optica van vezels voorzien.

De kern is veel grooter geworden en wordt door een bundel, die van de radiatio optica uitgaat in twee afzonderlijke kernen gescheiden, een dorsale (n. gen. lat. do.) en een ventrale (n. gen. lat. ve.) af deeling der kern.

Beide kernen zijn gekenmerkt door een zeer vezelrijke mediale helft, terwijl de laterale helft vezelarm en celrijk is.

Langs de binnenzijde der kern gaat de rest der middelste thalamus-straling op in den nucleus lateralis (n. lat.) en in den nucleus praebigeminalis (n. pr. bi.).

Behalve de vergrooting van den nucleus geniculatus lateralis is er in den thalamus weinig verandering gekomen, zoolang men hem met de doorsnede in fig. 689 vergelijkt. Men ziet het ganglion habenulae (g. hab.) met den bundel van Meynert (f. retr.). De laatste is vergezeld van de kern (n. pa. fa.), die wij als nucleus parafascicularis hebben leeren kennen.

Vervolgens ziet men den nucleus praebigeminalis en de laterale kern langs de dorsale zijde van den thalamus.

De laterale kern is echter zeer verkleind en wordt door een bundel uit de middelste capsulaire straling vrij scherp afgescheiden van een ventraal ervan gevonden kern.

Eigenlijk was die kern ook al in fig. 689 te zien. De scheiding was toen echter nog niet zoo scherp als zij thans is. Men kon haar toen nog tot de laterale kern rekenen.

Juist de plaats van deze kern aan het occipitale einde van den thalamus heeft de bestaande verwarring gesticht. Door velen is zij om die reden onder den naam van nucleus posterior thalami (n. post.) beschreven als een zelfstandige kern. Maar het komt mij voor, dat deze kern juist op de plaats ligt waar tevoren de nucleus lateralis was gelegen en het schijnt mij toe, dat er geen enkele reden is om haar daarvan af te scheiden.

Want zij plaatst zich tusschen nucleus praebigeminalis en nucleus geniculatus lateralis in, juist op de plaats waar de laterale kern behoort te zijn. Bij het konijn is zij klein, bij andere zoogdieren wordt zij grooter. Eerst bij den mensch wordt zij zeer groot en den nucleus geniculatus lateralis naar beneden dringend, komt zij als het pulvinar thalami aan de dorso-occipitale punt van den thalamus. Dit pulvinar van den mensch is dus de sterk ontwikkelde nucleus lateralis.

Overigens heeft er in fig. 690 geen verdere verandering in den thalamus plaats gegrepen, die er in fig. 689 niet reeds was. De bundel van V i c q d' A z y r is nog verder ventraal-waarts op zijn weg naar het corpus mammillare gekomen. De hypothalamus (hyp.) is veel machtiger geworden. De fasciculus thalamicus of de bundel h1 van F o r e 1, maakt zich uit den thalamus los. Tevens is er echter één wezenlijke, voor het konijn karakteristieke verandering ontstaan, op het oogenblik, dat de hersenstam los is geraakt van de hemispheer der hersenen.

Wanneer dit gebeurd is, zijn alle bundels die uit de capsula interna bestemd zijn voor bestanddeelen van den thalamus, buiten samenhang met

Sluiten