Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stratie der z.g. mergstreep van Flechsig (Deel I, fig. 65, p. 104).

Dit feit staat dan ook heden volkomen vast, onverminderd de mogelijkheid, dat er nog vele vezels van andere herkomst in dit laterale sagittale mergveld gelegen zijn. Maar nog meer. VonMonako whad bij den mensch aangetoond, dat laesies in de dorsale lip der fissura calcarina, of in de dorsale afdeeling der strata sagittalia gevolgd worden door een volledig celverlies uitsluitend in de mediale helft of in den kop van den nucleus geniculatus lateralis. Bovendien gaan verwoestingen van de ventrale lip der fissura calcarina of van de ventrale afdeelingen der strata sagittalia bij langer bestaan steeds gepaard met het verlies van cellen in de laterale helft of in den staart dezer kern.

Daartegenover stond, dat bij personen wier oogen van af de geboorte waren verwoest, toch geen celvernietiging in deze kern kon worden vastgesteld. Ik kon al deze feiten bevestigen (Deel I, fig. 59, 60, p. 109).

Zij hadden aanleiding gegeven tot een belangrijken strijd tusschen Henschen en von Monakow over de beteekenis der localisatie van de optische straling in de achterhoofdskwab. Henschen zag in de schors der calcarina-streek, in de zone, die door Brodmann met den naam ,,area striata" was omschreven als een veld met zeer eigenaardigen 8-lagigen bouw (area 17), het veld, waarin men een directe localisatie van de retina zou mogen onderstellen. De dorsale helften der beide retinae waren derhalve niet alleen op de mediale helften van den nucleus geniculatus gelocaliseerd, maar ook op de dorsale lip der fissura calcarina. De ventrale helften ervan waren te vinden op de laterale afdeeling der geniculaire kern en op de ventrale lip der fissura calcarina.

Tusschen deze beide velden in, meende Henschen de localisatie van het punt van duidelijk zien, de streek der gele vlek te mogen onderstellen.

Hij localiseerde dit in de voorste punt van den bodem der fissura calcarina, daar waar D é j é r i n e een eigenaardige winding, de ]JTwinding, of den ,,pli cunéo-limbique had leeren kennen. Toen er werd vastgesteld, dat in deze winding geen area No. 17 (area striata) meer te vinden was en de pathologische anatomie haarden leerde kennen te dezer plaatse met hemianopsie, maar tevens met uitsparing van het gezichtsveld der gele vlek, moest dié meening worden opgegeven. Henschen verschoof toen de localisatie der gele vlek. Hij plaatste haar veel verder naar achteren. Hij plaatste haar nabij de occipitale pool, want te dier plaatse gingen de beide lippen der fissura calcarina eveneens in elkander over.

Von Monakow daarentegen kon een dergelijke simplistische opvatting der localisatie niet deelen. In geen geval was op de schors een eenvoudige fotographische reproductie der retina.

Het feit, dat de dorsale calcarina-lip de projectie bevatte der dorsale retma-helften, en de ventrale calcarina-lip die der ventrale, had hij zelf vastgesteld en nam ook hij aan. Maar hij steunde verder op het feit dat hemianopsieën tengevolge van aandoeningen der occipitale hersenen bijna altijd gepaard gaan met bewaard blijven van de opvatting der li chtindrukken in

Sluiten